We huren mountainbikes, 20 ringgit per stuk, de beste fietsen die we ooit hadden, en doen een rondje eiland over steile klimmen, met de fiets aan de hand door de jungle waar apen in de bomen zitten, en haarspeldbocht-afdalingen waar Floor van gruwt en ik van geniet. Aan de oostkant ligt een aaneenschakeling van Chinese vissersbedrijfjes, opgezet door Chinezen die kwamen toen de mijnen rond Ipoh dichtgingen. We komen langs de resten van een Nederlands fort uit 1670, dat weinig voorstelt; geen wonder dat de VOC het eiland in 1748 voorgoed verliet na aanhoudende aanvallen van de lokale bevolking, met nog een grote steen met VOC-inscriptie.
Een steen met VOC-inscriptie, leuk dat de Nederlanders hier waren, maar erg boeiend vinden we het niet.
Hoge golven bij volle maan
Bij volle maan zijn de golven hoog, en ik laat me er twintig tot dertig meter ver op meevoeren tot ik op het strand in de branding word neergekwakt, met zand in neus, oren en zwembroek en schaafwonden tot gevolg, en applaus van het publiek. Onderweg zien we vogels die familie zijn van de toekan, met een hoorn op de kop, die telkens wegvliegen zodra ik een foto wil maken. ’s Avonds loopt het eiland vol met Maleisische weekendtoeristen, en de karaoke uit de nieuwe resorts gaat afschuwelijk hard door tot half één, waar we met oordoppen doorheen slapen.
Verder in de serie
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.