Ik word ’s nachts knetterziek, zwetend en met koortsdromen, en stort na het ontbijt weer in. Na ruim vier weken verkouden te zijn geweest, ligt mijn energie al laag. Floor verschoont telkens het bed omdat het doorweekt raakt. We gaan naar de dokter voor een bloedtest op malaria, maar het lab is in het weekend dicht; pas maandag, met normale temperatuur, luidt de conclusie een gewone griep, met vier voorgeschreven middelen, waarvan er één een slaapmiddel blijkt. Het weer helpt niet: koud, nat en muf, met alleen ’s ochtends even zon, en ik kan slecht tegen niets doen.
Het is een gewone griep, geen vage tropische ziekte, maar de jungle eromheen blijft onverkend.
Verschil in budget
In het guesthouse ontmoeten we twee Australiërs die net beginnen en naar China gaan; ze vragen of je in China rondkomt met 150 dollar per dag. Wij gaven in China nog geen 200 dollar per week uit, en in Maleisië zo’n 25 dollar per dag, wat wij al veel vinden, tegenover hun 120. Het verschil zit niet in wat je doet, maar in waar je slaapt, waar je eet en, hier in Maleisië vooral, of je bier koopt. Voor ik vertrek wil Floor dat ik toch de Boh-theeplantage nog zie, die ze zo mooi vond.