St. Petersburg en Moskou: witte nachten en een dag te kort

Published: Updated: 0 comments

Uit het reisverslag van de grote reis over land, juni 2005. Geschreven onderweg, in de woorden van mijn toenmalige ik: de laatste dagen met Martin en Brent, voordat Floor en ik alleen de trein naar Siberië namen.

Van de grens rijden we door naar St. Petersburg. De weg is meteen slechter dan in de Baltische landen, met eindeloos veel vrachtwagens, bos en moeras en hier en daar een ingezakt dorp. De stad begint waar de reclameborden beginnen, en dan is het nog 56 kilometer dwars door de bebouwing naar de camping. Op het centrum na bestaat St. Petersburg uit flats van twintig tot dertig verdiepingen; je moet die 4,5 miljoen inwoners ergens laten. In de verkeerschaos valt onze afgeladen Nissan niet op tussen de auto’s van de gemiddelde Petersburger. De camping blijkt een moeras achter een hotel, met op de bewaakte parkeerplaats een kring Nederlandse caravans, kont aan kont. En muggen, een nieuw record.

Voor de stad zelf nemen we het openbaar vervoer. Hoe dat werkt, moeten we afkijken: in de bus tien roebel aan een soort conducteur, en voor de metro eerst een foto van de kaart maken, want als je het schrift nog niet leest is het handig te weten waar je moet uitstappen.

St. Petersburg is een van de mooiste steden van Europa. Aangelegd door tsaar Peter de Grote in het begin van de achttiende eeuw, in de moerassen, om Rusland met veel dwang de “vaart der volkeren” in te trekken. Het resultaat is er wel naar: de Neva, de kanalen, de grote pleinen, de gebouwen, een explosie aan reclame en een ontspannen sfeer. De chaos wordt enigszins in bedwang gehouden door politie die werkelijk overal staat, in en naast hokjes en bij controleposten.

Het wordt deze maand niet donker: in St. Petersburg heten dit de witte nachten, en je struikelt er over de bruidsparen, want wie wil trouwen doet dat nu.

De weg naar Moskou

Op weg naar Moskou, via Novgorod, gaat een alternatieve route mis: we zitten ineens bijna in Finland. Omkeren dus. Onderweg word ik aangehouden voor 25 kilometer te hard op een zestigweg. Boete: honderd roebel, zo’n 3,5 euro. Weten we meteen de maximumsnelheid. De weg is verder honderd kilometer kaarsrecht, met eentonige modderige dorpen, veel politie met lasguns en vooral heel veel vrachtwagens. Novgorod, dat zich de oudste stad van Rusland noemt, heeft een ommuurd kremlin en verder vooral chaos, en geen camping. We rijden door tot we een truckersparkeerplaats vinden; tussen al dat grote materieel staat onze Nissan met de tenten op een sprietje gras, en of we worden uitgelachen of toegelachen blijft onduidelijk.

Bij Moskou strijken we neer in het Izmailovo-complex, gebouwd voor de Olympische Spelen van 1980: 2.500 hotelkamers in een indrukwekkend staaltje sovjetbouwkunst. Na alle regen en muggen zijn we toe aan luxe. Via de derde ringweg (Moskou heeft er vier, deze is 110 kilometer lang) komen we langs eindeloze flats bij het hotel. Dan blijkt onze trein naar Novosibirsk een nacht eerder te vertrekken dan gedacht. Dat betekent maar één dag Moskou, en meteen de laatste avond met Martin en Brent. De wodka en de pivo vloeien rijkelijk.

Eén dag Moskou

Eén dag is veel te weinig. We beperken ons tot het Rode Plein, het Kremlin en het mausoleum. Het plein is mooi maar kleiner dan verwacht, en allesbehalve rood. Poetin is niet thuis en Lenin heeft pauze. Moskou is groot, de afstanden onbelopen, de stad één grote chaos, en naar ons gevoel minder prettig dan St. Petersburg, maar onmiskenbaar indrukwekkender. Twee dingen blijven hangen: de zeven stalinistische “suikertaart”-wolkenkrabbers en de metrostations van marmer, met beelden en kroonluchters. En de heropgebouwde kathedraal die Stalin ooit had laten slopen: wat de orthodoxen van een interieur maken, daar sta je met je mond vol tanden. We eten een typisch Russische soep, per ongeluk van de gokkende menukaart gekozen. Koud, en het essentiële bestanddeel blijkt koolzuurhoudend water. Toch maar de McDonald’s. ’s Avonds op het station nemen we hartelijk afscheid van Martin en Brent, na een gezamenlijke road-trip van 4.700 kilometer door zes landen. Zij rijden door naar Oekraïne, wij nemen de trein naar Siberië.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Praktische informatie

Route en tijd. Russische grens (Narva) – St. Petersburg – Novgorod – Moskou, 6 t/m 10 juni 2005, met de auto; daarna trein naar Novosibirsk.

Witte nachten. Half juni wordt het in St. Petersburg ’s nachts niet donker. Het is hoogseizoen voor bruiloften en toerisme; boek onderdak vooruit.

Verkeer en politie. Snelheidscontroles zijn talrijk. Een boete was destijds klein (enkele euro’s); rijden met een buitenlands voertuig vraagt om complete papieren.

Overnachten. Buiten de stadscentra is kamperen mogelijk maar basaal (moeras, muggen). Het Izmailovo-hotelcomplex in Moskou is enorm en betaalbaar. Reserveer treinkaartjes ruim vooruit en controleer de vertrekdatum: nachttreinen vertrekken soms een dag eerder dan je denkt.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie