Tadzjikistan | Into the wild

Behaaglijk lig ik onder een dikke Micky Mouse deken in mijn eigen yurt op de Pamir hoogvlakte. Mijn gastvrouw heeft deze speciaal gekozen uit de dikke stapel dekens die in een hoek van de yurt liggen opgestapeld. Ondanks de kachel die flink is opgestookt met yak poep, is ze bang dat ik het koud ga krijgen. Voor de zekerheid legt ze daarom nog een paar extra dekens naast me neer. Even ben ik bang dat ze bij me wil komen liggen om me op te warmen. Dat zou een beetje gek zijn, want zo koud is het helemaal niet. Buiten hoor ik de yaks tevreden knorren, maar misschien is het wel haar echtgenoot die in de andere yurt op haar ligt te wachten. Gelukkig laat ze mij al snel alleen om de warmte van haar man op te zoeken, zodat ik tevreden en in alle rust mijn avonturen in de wildernis van Tadzjikistan nog eens kan herbeleven.

Mijn yurt staat in een groene vallei op de Pamir hoogvlakte op nog geen kilometer van de Chinese grens op een hoogte van 4.200 meter. Ik ben hier terecht gekomen na een afdaling vanaf de 4.655 meter hoge Ak-Batail pas: Het hoogste punt van de Pamir Highway. Ik bevind me al bijna twee weken boven de 4.000 meter, maar nog steeds waren de laatste paar honderd meter van deze laatste klim loodzwaar. De afgelopen twee dagen ben ik door een desolaat, maar zeer kleurrijk woestijnlandschap gefietst, waar de aanwezigheid van bijzonder agressieve muggen mij voor een raadsel stelde. De bergen zijn afwisselend bruin, rood, geel, paars of een combinatie van al deze kleuren. Het is een lust voor het oog, zoals mijn hele tocht door de Gorno-Badakhshan Autonomous Oblast (GBAO), de officiële naam van oost Tadzjikistan.

Gorno-Badakhshan beslaat ongeveer de helft van Tadzjikistan, maar er wonen maar 212.000 inwoners. Khorog is het administratieve centrum van deze regio en met afstand de grootste plaats met de meeste voorzieningen. De 29.000 inwoners kunnen zich hier laven aan stedelijke geneugten als de Khorog Fried Chicken (KFC) en de Mc Dolands. Ook is er een grote bazaar, waar ik mij voor 70 cent laat knippen bij een kapper die is gevestigd in een halve zeecontainer en waar de versleten tondeuse is aangesloten op een roestige accu. Khorog is de plek om proviand in te slaan voor de zware route naar het zuiden door de Wakhan Corridor. De Wakhan Corridor is een smalle, zeer bergachtige strook Afghanistan, die Tadzjikistan en Pakistan van elkaar scheidt. Deze vreemde geografische situatie is ontstaan toen Groot-Brittannië nog wat voorstelde en de Sovietunie zich flink aan het uitbreiden was. Het leek beide landen een goed idee om een bufferzone te hebben die beide ‘invloedssferen’ van elkaar scheidde. Eind 19e eeuw ontstond zo de Waghan Corridor. Het is een afgelegen en onderontwikkeld gebied en daarom erg aantrekkelijk om doorheen te fietsen.

Het is een fantastische route langs de Panj en de Reka rivier over een onverharde weg, waarvan het losse zand en kiezels zorgen voor een leuke uitdaging. De wasbord toestand van de weg maakt het maken van kilometers onmogelijk en vormt een aanslag op lichaam en materiaal. Alles trilt kapot, zodat mijn tassen al snel onder de aardbeienyoghurt zitten en ik de ene naar de andere schroef uit mijn Ortlieb tassen verlies. Maar wat is het hier overweldigend mooi. Afghanistan ligt aan de overzijde van het enkele meters brede water. Ik kijk uit op de witte toppen van de Hindu Kush, die tot ruim 7.000 meter reiken. Daarachter ligt Pakistan. Omdat ik geen genoeg kan krijgen van dit formidabele landschap vervolg ik mijn weg door het Zorgul Nature Reserve. Daar slingert een smal pad over de hoogvlakte, langs diepblauwe bergmeren met af en toe een yurt van een nomade. Auto’s rijden er niet. Het pad is soms maar moeilijk te onderscheiden van de omgeving. Een paar fietssporen markeren de juiste richting. Het water van de vele stroomjes is zo helder dat ik het direct kan drinken. De lucht is donkerblauw, waarin arenden en gieren hun glijvlucht maken. Tussen het groengele gras en de grijze stenen staan reusachtige goudbruine marmotten op de uitkijk. Als ze vinden dat ik te dicht ben genadert, fluiten ze hun schelle fluitje en duiken in hun hol. Helaas laten de wolven en beren zich niet zien of horen.

Het landschap verandert nadat ik weer een hoge pas ben overgestoken. Het groengele gras maakt plaats voor dorre zout- en zandvlakten. Ongemerkt ben ik een grens tussen verschillende culturen overgestoken. De scherpe gezichten van de Tadzjieken zijn verandert in de rondere mongoloïde gelaatstrekken van de Kirgiezen. Met Russisch kan ik nog steeds uit de voeten, maar hier spreken ze Kyrgysch. Her en der in het landschap staan de witte yurts van de Kirgizische nomaden. In één daarvan kom ik terecht na de zware klim over de hoogste pas van deze reis. Daar wikkel ik mijzelf nog eens lekker in mijn behaaglijke Micky Mouse deken en concludeer dat ik Tadzjikistan het mooiste land vind waar ik ooit ben geweest.

Klik hier voor de foto’s van Tadzjikistan

Leave a Reply

  Subscribe  
Notify of