Met 15 liter water en een tas vol eten verlaten we Henties Bay in oostelijke richting over de D1918. We gaan naar Spitzkoppe, maar niet vandaag. Hoewel… we gaan als een speer. We hebben de wind in de rug en de eerste 20 kilometer rijden we over een zogenaamde salt road. Met zout water wordt de toplaag van de weg verdicht, waardoor een harde, vlakke en relatief snelle gravelweg ontstaat. We moeten ongeveer 1.000 meter stijgen, maar dat gebeurt geleidelijk over een afstand van zo’n 100 kilometer. Als het zo blijft gaan, zijn we vandaag al bij Spitzkoppe.

De lege weg naar het plateau
Maar dat is niet het plan. De afgelopen dagen was kamperen vooral praktisch, maar niet mooi of ontspannen. Vanavond willen we slapen in de bush, zonder andere mensen. Dat betekent dat we vandaag minimaal 80 kilometer moeten fietsen, want tot die afstand is het landschap vrijwel volledig ontdaan van variatie.
Bijna zonder bochten rijden we langzaam omhoog richting het centrale plateau van Namibië. Steen, gruis en gravel met hier en daar pollen droog gras, verspreid in bijna geometrische patronen. Het is zo kaal en leeg dat het lijkt alsof ander leven hier ontbreekt. We zien niets. Geen dieren, geen vogels. Zelfs geen vliegen of mieren.

Fietsen in warme wind
Wat er wel is, is een eigenaardig soort hitte. Met de wind in de rug rijden we weg uit Henties Bay. Aan de kust is de lucht vochtig. Zo warm is het ’s ochtends nog niet, maar het zweet loopt direct langs ons lichaam. Als het te veel wordt, stoppen we en draaien we ons om, met het gezicht in de wind. Dan voelt de lucht als een ventilator: koel en aangenaam.
Zodra we weer gaan fietsen, verdwijnt dat effect. We rijden ongeveer even hard als de wind en daarmee ook met dezelfde warme lucht om ons heen. De verkoeling is weg en het zweten begint opnieuw. In dat ritme komen we langzaam verder en hoger.

De eerste aanblik van Spitzkoppe
De Spitzkoppe is inmiddels goed zichtbaar. De monotone vlakte krijgt daardoor een focuspunt. Pas in de laatste tien kilometer zien we waar we echt op af rijden: een groep rode granieten bergen die abrupt uit het vlakke woestijnlandschap oprijzen. Langs de weg staan een paar verlaten stalletjes waar mineralen worden verkocht. De verkopers zijn nergens te zien. De stenen liggen uitgestald, zonder toezicht. Het lijkt te werken op vertrouwen.
Mineralen interesseren ons niet. Als ze koude drankjes hadden gehad, waren we waarschijnlijk wel gestopt. Soms moeten we onze fietsen duwen en trekken door stukken mul zand. Maar over het algemeen is de D1918 een prima gravelweg om te fietsen. Fysiek zijn we inmiddels leeg.
We zijn blij als we de eerste granieten rotsen bereiken. We vinden een plek tussen de stenen, uit de wind. Een rustige plek om te kamperen, met uitzicht op de Spitzkoppe die in de ondergaande zon langzaam rood kleurt.
2 comments
Wat gaaf dat jullie toch naar Spitzkoppe zijn!! Geniet van de kleuren, de sterren en de klipdassies!
Ik was het eerst niet van plan, maar door jouw zetje kon ik het toxh niet laten liggen. Ik hoop dat je veel herkend van wat ik schrijf. Groet, Jeroen