
We maken vandaag het stuk af dat we gisteren hebben opgeknipt, en er zijn een paar opties. Plan A is naar Nkasa Rupara National Park gaan, waar we via de zuidelijke route richting Katima toch al doorheen komen. Het park ligt in het uiterste noordoosten van Namibië, ingeklemd tussen Botswana en de Zambezi, en staat bekend als een van de wildrijkste gebieden van het land: olifanten, buffels, leeuwen en grote aantallen antilopen. Door de vele waterwegen en moerassen wordt het ook wel de Namibische Okavango genoemd.
Plan B ontstaat als iemand zegt dat we camping Rupara niet kunnen bereiken vanwege vijftien kilometer diep zand; dan zouden we in één keer doorrijden naar Katima. Plan C is terugfietsen naar Kongola en dan over de B8, omdat je officieel niet door het park mag fietsen. Teruggaan voelt niet als een serieuze optie, dus we houden vast aan plan A en zien wel hoe het loopt.

De grens van wat mag
Vijftien kilometer verder staan we voor de poort van het nationale park. We melden ons.
Waar is de auto?
Die hebben we niet.
Je mag hier niet fietsen. Hier zitten olifanten, buffels en leeuwen. Gevaarlijk.
Hebben jullie geen volgauto?
Nee, we hebben alleen de meewind.
Dat blijkt niet voldoende. We moeten terug en via de B8. Dat klinkt verdacht veel als plan C, dat we net hadden afgeschreven. We leggen uit dat we juist deze route hebben gekozen om het drukke vrachtverkeer op de B8 te vermijden, en dát is pas gevaarlijk. Blijkbaar snijdt die redenering hout, want we mogen door. Op eigen risico.

Door het park
De weg is kaarsrecht en loopt door dicht begroeid savannelandschap. Binnen een halfuur staan er giraffen boven de bush uit te kijken, loopt er een olifant tussen de bomen en schrikken springbokken op van de fietsen. Even later een paar buffels, die geen aanleiding zien om opzij te gaan. Ontspannen fietsen wordt het daarmee niet. We bedenken een strategie: schuin achter elkaar rijden, in de hoop dat een leeuw dat zo raar vindt dat hij blijft liggen. Wetenschappelijk is het niet, maar het geeft iets van houvast. Zonder problemen bereiken we de poort aan de andere kant.
Hoe komen jullie hier op de fiets door het park?
Dat mag helemaal niet.
Toch zijn we hier.
Zijn jullie niet bang om door Namibië te fietsen?
Pas op straks in Zambia, daar is het gevaarlijk.
Oh, je band is bijna versleten?
Dan mag je Botswana niet in. Levensgevaarlijk.
Als we beloven hierop te letten mogen we door.
Zand, twijfel en toch door
Bij de afslag naar Rupara komt er een auto vandaan. We vragen hoe de weg is. Zand, zeggen ze. De ene helft van de auto denkt dat het te doen is, de andere helft niet. We bellen de lodge. Hoe is de weg?
Je kunt dieren tegenkomen. De weg is prima. Een paar stukjes diep zand, maar geen probleem.
Dat klinkt als precies het soort informatie waar je niets mee kunt.
De eerste kilometers zijn verhard. Daarna wordt het hard zand, en al snel diep en los. We lopen, duwen en trekken, en af en toe lukt het een stukje te fietsen. Na twee kilometer geven we het op. Dit wordt niets, en teruggaan is geen optie. We bellen nog een keer. Natuurlijk kunnen ze ons ophalen.
Niet veel later arriveert een safaripick-up. Fietsen achterin, wij erbij, en rijden maar. De weg naar Rupara is indrukwekkend en we rijden echt de wildernis in. Het blijkt grotendeels diep zand, met begroeiing tot vlak langs het pad, dus je ziet niets aankomen. Als hier een olifant of buffel opduikt, heb je weinig ruimte om te reageren.

Slapen zonder hek
We komen aan op een prachtige plek met weids uitzicht over de wildernis. Dit is community-based tourism: de lodge wordt beheerd door de lokale gemeenschap en de opbrengsten gaan deels terug naar het dorp, voor onderwijs, werk en natuurbeheer.
We hadden gelezen dat ook dit self-catering zou zijn, maar dat blijkt net even anders. De man van de receptie is tegelijk onze verzorger: als we iets willen drinken, kunnen we het vragen. En ja, er is koud bier. Hoeveel wil je er? De camping hoort bij de lodge verderop, dus vanavond of morgen kunnen we daar ook eten. Gisteren mochten we niet aan de koelkast omdat we geen toergroep waren; vandaag wordt er gevraagd hoeveel we er willen.
Het mooiste is dat er verder niemand is. We hebben de wildernis voor onszelf. En er zijn geen hekken, dus theoretisch kunnen er leeuwen langs de tent lopen. Vanochtend lag er blijkbaar nog één langs het pad.
Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Namibië ›




Waar deze dag ligt
Fietsreis door zuidelijk Afrika, nu in Namibië. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering43. Tussen bush en dorpen richting Katima Mulilo
Volgende aflevering ›45. Regen en safari in Nkasa RuparaSpring naar een andere aflevering
- 41. Tussen San-nederzettingen en shebeens
- 42. Van Okavango naar Zambezi: door een corridor zonder dieren
- 43. Tussen bush en dorpen richting Katima Mulilo
- 44. Door Nkasa Rupara: waar fietsen eigenlijk niet mag
- 45. Regen en safari in Nkasa Rupara
- 46. Aan de oever van de Zambezi
- 47. Kenteken onbekend: Botswana op de fiets
- Alle 68 afleveringen ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.
3 comments
niet zoveel risico nemen hoor…
Ik leef nog steeds
Geweldig!