Opuwo ligt nog 160 kilometer verderop, met onderweg meerdere stevige beklimmingen en een hoogste punt van bijna 1.700 meter. Dat gaan we niet in één dag redden, en tien liter water meenemen met deze hoogtemeters is geen optie. Halverwege ligt gelukkig een camping waar we op mikken.
We volgen de weg die we gisteren vanaf Palmwag zijn ingeslagen: een paar piepkleine nederzettingen in een verder lege vallei vol struiken en lage bomen. In Warmquelle vinden we een kleine winkel en kopen genoeg om de dag door te komen en vanavond te eten. Buiten staat een flinke groep mensen met verbazing te kijken naar wat wij inslaan.
Voor ons is het een schijntje. Voor deze mensen is het misschien wel een weekinkomen.

Fietsen door leeuwengebied
De vallei wordt doorsneden door ontelbare droge rivierbeddingen. Steeds weer dalen we kort af en klimmen we er weer uit. Tussen de struiken staan opnieuw giraffen. Vandaag hopen we op olifanten of leeuwen; beide lopen hier vrij rond, en sinds de Brandberg hebben we geen hek meer gezien. Met olifanten kunnen ze in de dorpen prima omgaan, wordt ons verteld. Het zijn de leeuwen die problemen geven, want geiten, schapen en koeien zijn een gemakkelijke maaltijd. Verder dan een paar steenbokken en springbokken op de vlakte komen we vandaag niet. Ook niet verkeerd, maar de lat lag blijkbaar hoog.

Hitte, hoogtemeters en water
Het grootste deel van de dag bestaat uit klimmen. In totaal werken we ons door zo’n 1.400 hoogtemeters heen, via stroomgeulen steeds steil omlaag en omhoog, tot een pas van bijna 1.300 meter. De luchtvochtigheid is hoog, de temperatuur ook, en de wind in de rug betekent geen verkoeling. Het is alsof we in een Finse sauna fietsen. Sommige stukken zijn zo steil dat we alleen zigzaggend boven komen.
We zijn vertrokken met 4,5 liter water en een fles sap per persoon. Na de pas komen we langs een schuur die Maurits afdoet als nietszeggend. Weer zie ik de stroomkabel, weer heb ik gelijk: binnen staat een koelkast met flessen Fanta en cassis van anderhalve liter. In totaal gaat er vandaag zeven liter per persoon door, al fietsend. Een nieuw record.

Nog twintig kilometer te gaan als de lucht omslaat. Donkere onweerswolken bouwen zich op, de wind draait en trekt aan, de flitsen volgen elkaar sneller op en de donder komt dichterbij. We verhogen het tempo en blijven het onweer net voor. Dat is geen luxe: de laatste kilometers lopen omhoog over een harde lemen weg, en leem plus regen is klei.

Uitzicht en een onverwachte bonus
We verwachten een eenvoudige camping waar we water kunnen tappen. Camping Aussicht blijkt meer te bieden: uitzicht over groene heuvels, met een zonsondergang erbij. Omdat er verder niemand is krijgen we een upgrade naar een kamer. Na bijna vier weken is een echt bed een luxe.
’s Avonds volgt nog een tractatie. Vier stekelvarkens komen langs, scharrelen rond en verdwijnen weer in het donker.
Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Namibië ›




Waar deze dag ligt
Fietsreis door zuidelijk Afrika, nu in Namibië. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering25. Zebra’s en springbokken richting Sesfontein
Volgende aflevering ›27. Aankomst in AfrikaSpring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.