Deze etappe van onze fietsreis door Namibië, die we zijn begonnen bij Spitzkoppe, eindigt uiteindelijk in Opuwo. Maar dat is nog 160 kilometer verder, met onderweg meerdere stevige beklimmingen en een hoogste punt van bijna 1.700 meter. Dat gaan we niet in één dag redden. Met extra water vertrekken is dit keer geen optie. Tien liter per persoon meenemen met deze hoogtemeters is simpelweg te zwaar. Halverwege ligt gelukkig een camping waar we op mikken.
We volgen de weg die we gisteren vanaf Palmwag zijn ingeslagen. Een brede vallei met verspreide struiken en lage bomen, afgewisseld met een paar kleine nederzettingen. In Warmquelle vinden we een kleine winkel. We kopen genoeg om de dag door te komen en ’s avonds te kunnen eten. Buiten staat een groep mensen te kijken naar wat we inslaan. Voor ons zijn het kleine bedragen, maar hier vertegenwoordigt het waarschijnlijk een flink deel van een weekinkomen.

Fietsen door leeuwengebied
De vallei wordt doorsneden door ontelbare droge rivierbeddingen. Steeds weer dalen we kort af en klimmen we er weer uit. Tussen de struiken duiken opnieuw giraffen op. Vandaag hopen we op olifanten of misschien zelfs leeuwen. Beide leven hier vrij. Sinds we de Brandberg achter ons hebben gelaten, hebben we geen hek meer gezien. In de dorpen kunnen mensen omgaan met olifanten, zo wordt ons verteld. Het zijn vooral de leeuwen die problemen veroorzaken. Geiten, schapen en koeien zijn hier eenvoudig prooi. Wij zien vandaag alleen steenbokken, giraffen en springbokken. Ook niet verkeerd, maar de lat lag blijkbaar hoog.

Hitte, hoogtemeters en water
Het grootste deel van de dag bestaat uit klimmen. In totaal werken we ons door zo’n 1.400 hoogtemeters heen. Door de stroomgeulen steeds weer steil omlaag en omhoog, en uiteindelijk naar een pas van bijna 1.300 meter. De luchtvochtigheid is hoog, de temperatuur ook. De wind staat in de rug, dus verkoeling ontbreekt volledig. Het voelt alsof we in een sauna fietsen. Het zweet loopt continu. Sommige stukken zijn zo steil dat we zigzaggend omhoog moeten.
We vertrekken met 4,5 liter water en een fles sap per persoon. Na de pas verschijnt een onverwachte redding: een simpele schuur die op het eerste gezicht niets voorstelt. Maar er ligt een stroomkabel. Binnen staat een koelkast. Anderhalve liter flessen Fanta en cassis. We drinken alles wat we kunnen. In totaal gaat er vandaag zo’n zeven liter per persoon doorheen. Een nieuw record.

Nog twintig kilometer te gaan. De lucht slaat om. Donkere onweerswolken bouwen zich op, de wind draait en trekt aan. De flitsen volgen elkaar sneller op, de donder komt dichterbij. In de verte zien we regen als sluier uit de lucht hangen. We verhogen het tempo en blijven het onweer net voor. Dat is belangrijk, want de laatste kilometers lopen omhoog over een harde lemen weg. We weten allebei wat dat betekent: regen maakt er binnen minuten een kleverige massa van.

Uitzicht en een onverwachte bonus
We verwachten een eenvoudige camping, ergens waar we water kunnen tappen en onze tent opzetten. De camping met de naam Aussicht blijkt meer te bieden dan dat. We staan op een plek met uitzicht over groene heuvels, terwijl de lucht langzaam verkleurt richting zonsondergang. Omdat er verder niemand is, krijgen we spontaan een upgrade naar een kamer. Een echt bed, na bijna vier weken. Wat een luxe.
’s Avonds volgt nog een laatste verrassing. Vier stekelvarkens komen langs, scharrelen rustig rond en verdwijnen weer in het donker.