Home EuropaGeorgiëTusheti: over de Abano-pas naar het einde van de weg

Tusheti: over de Abano-pas naar het einde van de weg

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

Na Svaneti willen we nog dieper de bergen in, naar Tusheti, de meest afgelegen hoek van Georgië, tegen de grens met de Russische deelrepublieken Tsjetsjenië en Dagestan. Vanuit Tbilisi rijden we eerst met een gedeelde taxi naar Telavi in de wijnstreek Kachetië, de opstap naar de bergen. Bij Nelly’s homestay bezwijkt de tafel onder de kaas, de soep, de gebakken aubergine en de gevulde paprika’s, weggespoeld met anderhalve liter zelfgemaakte wijn.

Voor veertig lari per persoon krijg je in Georgië een bed en een tafel die bezwijkt onder het eten.

De slechtste weg van Georgië

In Alvani draait alles om het vervoer van en naar Tusheti. Met twee medereizigers delen we een Landcruiser, die eerst wordt volgeladen en dan bij een huis met tientallen jerrycans wordt getankt. Aan de voet van de Kaukasus desintegreert de redelijke weg tot de moeilijkst begaanbare van het land: tientallen haarspeldbochten langs diepe kloven, door watervallen en stroompjes, over een strook die op veel plekken te smal is voor twee auto’s. We staan stil voor een kudde van honderden schapen die als een klaterende massa wol naar beneden komt, bewaakt door grote honden die zijn getraind op het doden van wolven, oren plat en tanden bloot.

Na tweeënhalf uur klimmen staan we op de Abano-pas, tweeduizendnegenhonderd meter, de hoogste weg van het land. Dan nog eens tweeënhalf uur door een steeds spectaculairder, boomloos landschap vol lawinerestanten, tot het land zich opent en we in Omalo worden afgezet, net op tijd voor een onweersbui. De guesthouses zitten vol, en even lijkt het of we een probleem hebben, tot een familie ons voor dertig lari haar eigen bedden afstaat en meteen een lunch opdient, alsof ze op gasten had gerekend.

Een vallei zonder stroom

Pas als ik een rondje over de vlakte loop, dringt door waar we zijn. Rondom liggen kloven van zo’n driehonderdvijftig meter diep, en de enige uitweg is de Abano-pas; alle andere dalen leiden naar de hoge grens met Rusland. Een militaire helikopter landt en verdwijnt weer over de bergen. Pas in 1975 is hier voor het eerst een weg aangelegd, drie maanden per jaar begaanbaar. Stroom is er niet, op een generator na die een paar uur draait; de Russen legden ooit een stroomlijn aan, maar de masten staan er sinds de jaren tachtig zonder kabels.

We verkassen naar Dartlo, een dorp van leisteen in een steil dal, met twee torens en daarboven de ruïnes van Kvavlo. De wandelingen voeren het smaller wordende dal in, langs kuddes van wel duizend schapen en torens uit de twaalfde tot veertiende eeuw, tot we recht tegen de vierduizenders lopen die de grens met Tsjetsjenië vormen. We zien hoe de kaas wordt gemaakt, van koeienmelk en stremsel uit de maag van een nog niet grazend kalf, en hoe de schapen met grote scharen worden geschoren voor de uittocht van september, wanneer al het vee over de Abano-pas naar de winterweiden trekt.

Het herdersleven draait om de schapen en de wolven, die in het voorjaar in groepen naar beneden komen.

Boven Dartlo klim ik langs de khati, de pre-christelijke altaren die hier nog voor offers worden gebruikt en waar vrouwen niet bij mogen; de orthodoxe kerk heeft op Tusheti nooit grip gekregen. Op ruim drieduizend meter, met gieren en arenden op mijn hoogte, vind ik het mooi geweest. ’s Avonds vouwen de vrouwen en buren khinkali, dumplings gevuld met aardappel, kaas en boter, die drie minuten boven het open vuur koken, en oma blijft chacha schenken en toasten, en zegt dat we mogen blijven zolang we willen.

Terug naar de bewoonde wereld

Als Kato meldt dat de herfst is begonnen, is het tijd om te gaan. We krijgen een zak thee mee, en in de 4WD van de zoon, die eruitziet als een Tsjetsjeense rebel met baard en grote Ray-Ban, rijden we terug over de pas. Zijn nicht is diepgelovig: Georgië is voor haar het mooiste land ter wereld, door God gemaakt. Het zijn weer pittige uren door een smalle kloof waar de sneeuw tot half juli lag.

Elke juni moet de weg deels opnieuw worden aangelegd; de natuur is hier sterker dan de mens.

Naarmate we afdalen wordt het warmer, en al snel zijn we terug in de wereld waar koeien, auto’s en mensen aan de kant gaan. In Alvani brengt een praatgrage man ons voor tien lari naar Telavi, zijn woorden begeleid door beide handen die van het stuur gaan.

Praktische informatie

Hoe er komen: Tusheti is alleen in de zomermaanden bereikbaar, met een terreinwagen vanaf Alvani (bij Telavi) over de Abano-pas naar Omalo. De plaatsen worden per persoon in een gedeelde jeep verkocht; van Omalo rijden losse 4WD’s door naar Dartlo.

Slapen: Homestays in Omalo en Dartlo, in 2010 rond de 30 tot 35 lari (ca. €15 tot €18) per persoon inclusief maaltijden. In het hoogseizoen kan het vol zitten.

Eten: Halfpension bij het gastgezin, met eigen kaas, khinkali en wijn of chacha uit een jerrycan.

Beste reistijd: Grofweg juli tot september, wanneer de Abano-pas open is. Daarbuiten is de streek onbereikbaar en lopen de meeste bewoners met hun kuddes naar de laaglanden.

Nog weten: Er is geen elektriciteit op het net en geen telefoonbereik in de hoge dalen. De herdershonden bij de kuddes kunnen fel zijn; blijf op afstand. Neem voldoende contant geld mee, want pinnen kan hier niet.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›

Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie