Vanaf metrostation Isani moeten we een gedeelde taxi naar Telavi kunnen vinden, en dat klopt: terwijl één chauffeur ons voor vijftig lari alleen wil brengen, bieden tientallen anderen luidkeels hun diensten aan. Een auto met al twee passagiers kan met ons erbij meteen vertrekken, en voor tien lari per persoon rijden we de tweehonderd kilometer naar Telavi, in twee uur over een goede snelweg. We worden afgezet bij het guesthouse in een achterstraat van grof grind en keien. Na een paar keer kloppen opent een oude oma het hek; haar dochter Nelly is naar de markt, maar we mogen onze spullen achterlaten en later terugkomen.
We lunchen in een café met een uitsluitend Georgisch menu, wat een heerlijke schaal salade, brood en varkensvlees oplevert. Als we terug zijn, verontschuldigt Nelly zich dat ze er niet was; nergens voor nodig. De lucht trekt dicht, het dondert, het regent tien minuten en dan is het weer mooi.
Voor veertig lari per persoon krijg je in Georgië een bed en een tafel die bezwijkt onder het eten.
We krijgen kaas, soep, gebakken aubergine en gevulde paprika’s voorgezet, weggespoeld met anderhalve liter zelfgemaakte wijn. Omdat we samen drie liter wijn hebben staan en die voor het slapen op moet, praat ik die avond lang door met een medereiziger, een Israëliër die openhartig vertelt over zijn diensttijd en hoe hij worstelt met de politiek van zijn eigen land. Het soort gesprek dat een fles wijn losmaakt en dat je je van een reis herinnert. Morgen gaan we de bergen weer in, dieper dan tot nu toe: naar Tusheti.
In deze serie: Fietsreis 2010
- 88. Met een Sovjet-vliegtuigje van Mestia naar Tbilisi
- 89. Een dag door Tbilisi
- 90. Met de gedeelde taxi naar Telavi
- 91. Over de Abano-pas, de slechtste weg van Georgië
- 92. Een wandeling naar Shenako en Diklo
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.