In Alvani, een plaats waarvan de grote, half ingestorte gebouwen op een rijker verleden wijzen, draait alles nog om één ding: vervoer van mensen en goederen van en naar Tusheti. Met twee medereizigers delen we een Landcruiser. Eerst wordt de auto volgeladen met spullen die ook de bergen in moeten, dan tanken we bij een huis waar tientallen jerrycans staan, en dan zijn we klaar voor de tocht.
Aan de voet van de Kaukasus desintegreert de redelijke weg tot de moeilijkst begaanbare van heel Georgië. Via tientallen haarspeldbochten klimmen we omhoog langs diepe kloven, door watervallen en stroompjes, over een weg die op veel plekken te smal is voor twee auto’s. Eerst door loofbos waar de herfst al vat op heeft, dan door naaldbos, dan boven de boomgrens. Een arend met bijna drie meter spanwijdte zweeft vlak langs de auto. We staan stil voor een kudde van honderden schapen die over de smalle weg naar beneden komt, een klaterende massa wol; oppassen voor de grote honden die haar bewaken, getraind op het doden van wolven, oren plat en tanden bloot.
Aan de voet van de Kaukasus verandert de weg in de moeilijkst begaanbare van heel Georgië.
Na tweeënhalf uur klimmen staan we op de Abano-pas, 2.900 meter, de hoogste weg van het land; twee joekels van gieren vliegen voor ons op. Dan nog eens tweeënhalf uur door een steeds spectaculairder, boomloos landschap vol lawinerestanten en watervallen, tot het land zich opent en we de eerste bewoning zien. We zijn aangekomen in Tusheti, de meest afgelegen hoek van Georgië.
Onder een grauwe hemel worden we in Omalo afgezet, en meteen begint het te regenen en te onweren, geen goede combinatie voor het vinden van onderdak. De guesthouses zitten vol, en even lijkt het of we een probleem hebben. Dan blijkt dat we kunnen overnachten in het huis waar we tijdens de bui schuilen: voor dertig lari per persoon een basic kamer met twee bedden, waarvoor de familie haar eigen bedden afstaat. Er wordt meteen een lunch opgediend, alsof ze op gasten hadden gerekend. ’s Avonds, als het hard afkoelt, drinken we bier en wijn uit een jerrycan in de houten galerij van het dorp, bij de warmte van een houtkachel, en praten we lang met onze medereizigers over thuis.
In deze serie: Fietsreis 2010
- 89. Een dag door Tbilisi
- 90. Met de gedeelde taxi naar Telavi
- 91. Over de Abano-pas, de slechtste weg van Georgië
- 92. Een wandeling naar Shenako en Diklo
- 93. Oud Omalo en het einde van de weg
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.