
De veerboot uit Savona meert pas halverwege de middag aan in Bastia, anderhalf uur na de dienstregeling. Daarmee is de rest van de dag bepaald. Tussen de kade en onze bungalow aan de westkust ligt het hele eiland, en ik wil niet in het donker over bergwegen zonder verlichting rijden. In een Leclerc ter grootte van een vliegtuighangar halen we zo snel mogelijk eten voor een paar dagen. Duizend soorten kaas, en wij hebben haast.
Corsica is voor ons allebei nieuw. Mette wil al jaren de GR 20 lopen, het pad dat de bergruggen van het eiland in de lengte volgt. Ik kom net van mijn fietstocht door de Alpen en wil na onze aparte vakanties stilte en iets met z’n tweeën. Zee en bergen liggen hier bij elkaar, en vanuit Italië ben je er met één boottocht.
De passen op weg naar het westen worden oranje in het late licht. Ik fotografeer bijna niets en kijk vooral naar de klok. Vlak voor de zon ondergaat zien we de zee weer, en over de kustweg is het daarna nog een kort stuk naar Residence Itylon bij Menasina. Vanuit de bungalow kijken we tegen de bergen aan, het strand is te voet bereikbaar.
Een toren en een glazen deur
De eerste ochtend zwemmen we direct na het ontbijt. Het water is turquoise, de nacht is muggenvrij en doodstil geweest. Daarna gaan we met de auto naar Cargèse. Griekse kolonisten hebben het dorp ooit gesticht. Aan Plage de Peru vertrekt het pad naar de Punta d’Omigna, een landtong waarop de Genuezen een wachttoren zetten. Die torens staan langs de hele Corsicaanse kust en moesten de bewoners waarschuwen als er piraten opdoken.
Om te wandelen is het eigenlijk te heet. Wat helpt is dat we de zee voortdurend zien en weten dat we er straks in gaan. Na een kleine drie uur is het zover: lauw en helder water. Na weken klimmen met de fiets in de Alpen en een tocht door Oost-Duitsland voelt zo’n duik bijna onfatsoenlijk luxe.
Terug bij de bungalow maken we pastis aan met sinaasappelsap, een Franse gewoonte die beter werkt dan je zou denken, en koken pasta met tonijn. Dan neem ik de verkeerde deur. Achter de openslaande houten deuren zit een tweede stel, van glas, en ik ben er zeker van dat die openstaan. Ik loop er met vaart tegenaan. Er volgt een knal, glas over de hele vloer, en wanneer Mette binnen komt rennen zit ik midden in de scherven met een diepe jaap in mijn knie en een groeiende plas bloed om me heen. Mijn gezicht is heel gebleven.
De buurman blijkt arts en heeft zijn instrumenten meegenomen op vakantie. De beheerder van het park gaat hem halen, en kort daarna lig ik op de keukentafel terwijl een dokter die al een paar glazen achter de kiezen heeft twee hechtingen zet. Een ziekenhuis is niet nodig. Lachen kan ik er pas later om.
Overal op de vloer van de bungalow ligt glas, en mijn knie zit dicht met twee steken van een aangeschoten buurman.
Rood graniet bij Piana
Volgens de dokter mag ik gewoon lopen, en de knie zegt de volgende dag inderdaad niets. We kiezen een route uit de Rother-gids door de Calanche van Piana. De kilometers zijn het probleem niet, de weg erheen wel: die slingert in krappe bochten tussen het graniet door, en het duurt lang voor we bij het beginpunt zijn. In de zon kleurt de rots dieprood tot oranje, de wolken maken het donkerder en daaronder ligt steeds de zee.
Het pad loopt tussen torens en spleten van steen door, en we blijven stilstaan bij elke volgende kloof. Halverwege schiet de kramp in mijn bovenbenen. Of dat van de val komt of van de weken op de fiets die nu pas worden afgerekend, weet ik niet. Ik kom er wel, maar langzaam, en Mette loopt zonder te mopperen in mijn tempo.
De dag erna rijden we een uur zuidwaarts naar Ajaccio, voor een nieuwe wandelrugzak bij de Decathlon. De stad heeft ruim zeventigduizend inwoners en na de stille kust valt de drukte meteen op. Omdat bijna iedereen ’s middags lang naar huis gaat, rijdt de stad vier keer per dag vast in de smalle straten tussen het centrum en de buitenwijken. Het geboortehuis van Napoleon slaan we over. We eten gamba’s aan de haven en zijn aan het eind van de middag terug in Menasina, waar we liever zijn.
Mette wordt 45. Bij het ontbijt staat er een kindersurprise voor haar klaar, het mooiste cadeau dat ze ooit heeft gekregen. Het serieuze cadeau is een plan: haar fiets krijgt een motor, zodat heuvels voor haar ook leuk worden.
Haar verjaardagswandeling gaat naar Capu Rossu, een granieten kop van 331 meter met een Genuese toren bovenop. Vanaf de toren zien we de kliffen recht omlaag gaan naar helder water. De lucht is strakblauw en het is ruim boven de vijfentwintig graden. Midden in de zomer, juli en augustus, zou dit pad te heet en te vol zijn. Half september is het precies goed.
’s Avonds eten we in Cargèse, op een terras met zicht op zee, terwijl de lucht boven het water diep oranje wordt. Wat ons na vijf dagen opvalt: het eiland trekt elk jaar miljoenen bezoekers, maar langs deze kust staat geen hoogbouw. Er zijn appartementen en restaurants, de dorpen zijn dorpen gebleven.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Praktische informatie
Hoe er komen: Wij namen in 2021 de Corsica Victoria van Savona naar Bastia: vertrek rond acht uur ’s ochtends, gepland aankomen om twee uur, werkelijk om half vier. Corsica Ferries vaart vanuit Toulon, Nice, Savona en Livorno naar Bastia, Ajaccio, L’Île-Rousse en Porto-Vecchio (peildatum november 2026). De rit van Bastia naar de westkust gaat over passen en smalle, onverlichte bergwegen. Wij waren er met een stop voor boodschappen pas vlak voor zonsondergang; vertrek op tijd en kom aan voor het donker.
Slapen: Wij huurden een bungalow in Residence Itylon bij Menasina, met het strand op loopafstand.
Wandelen: Rother 28, Tour d’Omigna: start bij restaurant Ta Kladia aan Plage de Peru, 7,4 km, 2.10 uur, 220 m stijgen, blauw (makkelijk). Rother 25, Calanche: drie lussen (Châtaigneraie, Château-fort, Chemin des muletiers) vanaf het Chalet des Roches Bleues op 428 m, 10,8 km, 4.25 uur, ca. 800 m, rood. Rother 27, Capu Rossu: start op de parking aan de D 824 (319 m), 9,8 km, 3.45 uur, 500 m, rood. Rother-tijden zijn looptijden zonder pauzes. Het toeristenbureau Ouest Corsica noemt Capu Rossu moeilijk en raadt aan vroeg te vertrekken met veel water.
Beste reistijd: Wij liepen half september bij temperaturen in de hoge twintig. In de twee zomermaanden komt ruim de helft van alle toeristen naar het eiland (Insee, meting 2017), en dan is het op deze kustpaden ook te warm.
Nog weten: De Préfecture de Corse publiceert een kaart met het brandrisico per massief, elke dag om 18.00 bijgewerkt voor de volgende dag. Bij oranje moet je het gebied voor 11.00 verlaten, bij rood ga je er niet in, bij zwart is de toegang verboden. Van 15 juni tot en met 30 september is vuur maken en roken in bos en maquis verboden.
Plan je reis
- Overnachten in Corsica: vergelijk accommodaties ›
- Activiteiten en excursies in en rond Piana, Corsica: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Corsica
Meer foto’s uit Corsica ›




Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Corsica ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Corsica ›
Asco en Saint-Florent: moeflons bij de Col Perdu en een kustpad langs de Agriates6 oktober 2021
Negen moeflons boven de Cirque de la Solitude4 oktober 2021
Wandelen rond Corte: van de Paglia Orba tot de meren van de Restonica3 oktober 2021Plan je eigen reis door Corsica
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Eens per maand in je inbox
Waar ik onderweg was, wat er nieuw is op de site en één verhaal uit het archief. Geen reclame, afmelden kan altijd.
Zonder advertenties
Deze website draait zonder advertenties en zonder sponsor. Vind je de verhalen en gidsen de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen