Taiwan heeft een bevolking van ongeveer 23,5 miljoen mensen op een oppervlak van 36.000 vierkante kilometer. Dat maakt het een van de dichter bevolkte landen ter wereld. De bevolking is niet homogeen, maar bestaat uit vier groepen die elk een andere migratiegeschiedenis hebben en die in het dagelijks leven en de politiek nog steeds een rol spelen.
De vier groepen
De grootste groep is de Hoklo, ook wel Minnanezen of Bendi-ren (letterlijk: mensen van hier) genoemd. Zij zijn nakomelingen van migranten uit de Chinese provincie Fujian die voornamelijk in de zeventiende en achttiende eeuw naar Taiwan kwamen. Ze spreken van oudsher Taiwanees, een variant van het Hokkien-dialect. Tegenwoordig vormen ze ruwweg 70 procent van de bevolking.
De Hakka zijn de tweede Han-Chinese groep, met wortels in het binnenland van Fujian en Guangdong. Ze kwamen in vergelijkbare golven naar Taiwan als de Hoklo, maar vestigden zich in andere regio’s, met name in Hsinchu en Miaoli in het noorden en Pingtung in het zuiden. Hakka vormen ongeveer 15 procent van de bevolking en spreken hun eigen taal, het Hakka-Chinees.
De waishengren zijn de nakomelingen van de circa 1,2 miljoen mensen die in 1949 met de Kuomintang-regering (KMT) vanuit het vasteland van China naar Taiwan vluchtten na de overwinning van de communisten. Ze kwamen uit alle provincies van China en spraken uiteenlopende dialecten. Het Mandarijn, ingevoerd als bestuurstaal door de KMT, is de taal die hen verbond. Politiek gezien zijn de waishengren historisch meer verbonden met een Chinese identiteit, terwijl Hoklo-Taiwanezen vaker een aparte Taiwanese identiteit benadrukken.
De inheemse volken, de yuanzhumin, zijn de Austronesische bewoners die al duizenden jaren voor de eerste Chinese migranten op het eiland leefden. Taiwan erkent officieel zestien volkeren, waaronder de Amis, de Taroko, de Paiwan en de Rukai. Samen vormen ze ongeveer 2,3 procent van de bevolking. Ze wonen geconcentreerd in de berggebieden van het centrum en het oosten en in kustgebieden in het zuiden. Hoewel klein in aantal, is hun culturele positie de laatste decennia versterkt door officiële erkenning en aanpassingen in het onderwijs.
Taal in het dagelijks leven
Het officiële Mandarijn (Guóyǔ, “nationale taal”) is de voertaal in onderwijs, overheid en media. In de straat en op de markt hoor je echter ook Taiwanees en, in mindere mate, Hakka. Jongere generaties spreken vrijwel allemaal vloeiend Mandarijn, maar Taiwanees leeft sterk voort in populaire cultuur, politieke slogans en alledaagse conversatie.
Japans speelt een bijzondere rol: een generatie Taiwanezen die opgroeide vóór 1945 had Japans als voertaal. Sommigen van hen spraken jarenlang geen Mandarijn. In de relatie tussen Taiwan en Japan is dit historische verleden aanwezig, al was de Japanse koloniale periode verre van onschuldig.
In de langslepende discussies over Taiwanese identiteit is de vraag of je Taiwanees bent of Chinees niet louter etnisch maar ook politiek: wie kiest voor de term “Taiwanees” verwijst vaak naar wat het eiland onderscheidt, wie “Chinees” zegt plaatst zichzelf in een bredere continentale context.