Na twee dagen in Nanga Bay rijden we naar Denham, de westelijkste bewoonde plek van Australië. De camping kost $29 voor een plek die eerst niet meevalt: de bodem is beton, dus we slaan alle haringen krom. Bij het Tourism Information Office horen we dat er hier weinig te doen is: het nationale park kom je zonder four-wheel-drive niet in (huren bij de plaatselijke onderwijzer kost $120 per dag), boten zijn er niet te huur, en goede snorkelplekken ontbreken.
Toch komen we het water in. Eerst zien we op een paar kleine whiting na helemaal niets, en het is vooral koud. Net als we teruggaan, maakt een dolfijn vlak naast de boot een tuimeling, en die laat zich daarna meermaals van dichtbij zien, zelfs onder de boot door. Terug bij de jetty passeert een groep donkere schijven in het heldere water: geen schildpadden, maar roggen. Binnen twee minuten liggen we in het water. Floor en schipper Rosco volgen de roggen als professionele jagers, en op aanwijzing van Floor vind ik ze keer op keer terug, terwijl ik tussen een enorme school jonge whiting beland. Volgens Heidi is dit iets unieks.
Onderkoeld terug
Met onderkoelingsverschijnselen gaan we snel terug voor een lange hete douche. De douches op de campings zijn vaak een glibberige bende, doordat de bejaarden zich na het douchen overstrooien met talkpoeder, tegen het zweten.
Ik hang in mijn eentje een halve meter boven een groep van vijftien pijlstaartroggen.
In deze serie: Australië
- 53. Naar Kalbarri: rook boven het stoppelland
- 54. Naar Shark Bay: zeekoeien en een strand van schelpen
- 55. Denham: zwemmen tussen de pijlstaartroggen
- 56. Een rustdag bij Denham, met gehaktballen via Afrika
- 57. Naar Hamelin Pool: de oudste levensvormen ter wereld
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.