We staan om vijf uur op, want we beginnen om zeven uur en moeten het kamp afbreken, in het pikkedonker zonder maan. Floor doet het ontbijt, ik pak in; we zijn goed op elkaar ingespeeld. Op de wijngaard plukken we maar met z’n vieren, en de bucket-boy, die op Hulk Hogan lijkt, laat ons vrij ons gang gaan. We knippen zelfs druiven die zo rot zijn dat de winery ze weigert; daar gaan ze iets anders van proberen te maken. Tony begon zeven jaar geleden en de wijngaard kost hem zo’n $700.000 per jaar; een slecht wijnjaar als dit kan hij niet gebruiken. Het is wel duidelijk dat de wijn uit Zuidwest-Australië van 2006 slecht zal zijn.

Na negen uur werken is het gedaan, en meer werk hoeven we van Tony niet te verwachten. We krijgen twee flessen wijn uit 2004 mee, een bijzonder gebaar. Ranzig en vies, en het is al bijna vijf uur. We slaan nog snel boodschappen in, want de supermarkt sluit hier al om half zes, en rijden richting Perth. In Cranbrook vinden we een prettige gemeentecamping voor $8,80, beheerd door een oud vrouwtje van wie je zou willen dat het je oma was.
We knippen zelfs druiven die zo rot zijn dat de winery ze weigert.
Verder in de serie
‹ Vorige aflevering45. Porongurup en de grijze nomaden23 april 2006Volgende aflevering ›47. Van Cranbrook naar Fremantle, op Anzac Day25 april 2006Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.