Smurf worden: de deal en het werk

Published: Updated: 0 comments

Onze eerste ochtend in het kamp begint om zes uur, gewekt door de corella’s, een witte kaketoesoort die ’s nachts krijst alsof er een kraan wordt drooggedraaid. We melden ons in de keuken, waar we voorlopig niet verder komen dan afruimen en afwassen. Het ontbijt voor de gasten is goed: echte havermout, daarna toast, gebakken eieren, worst, bacon en witte bonen in tomatensaus, dat typisch Australische ontbijt. Vanaf vandaag horen we bij het meubilair van het kamp en dragen we een lichtblauw poloshirt. Daarmee zijn we officieel smurf, zoals de vrijwilligers hier heten.

De deal

De afspraak is simpel. Zeven dagen werken we als vrijwilliger; in ruil daarvoor worden we ingevlogen, krijgen we kost en inwoning, en gaan we twee dagen mee op de tour waar gasten veertienhonderd dollar per persoon voor betalen. Na een paar dagen komt Ron met de vraag of we betaald willen blijven, en Bob maakt het concreet: vijfhonderd dollar per week, per persoon. We hadden becijferd dat we tweeduizend dollar nodig hebben om Darwin te halen en er nieuwe banden onder te zetten; twee weken hier dekt dat. Het zijn lange dagen, zeven per week, maar het gaat ons om de ervaring, en het is beter dan meloenen plukken op een heet veld. Twee weken worden er uiteindelijk vier.

Een dag in het kamp

De dag heeft een vast ritme. Om zes uur uit bed, om kwart over zes in de keuken voor het ontbijt, dat voor de gasten kan doorlopen tot negen uur; zelf eten we pas als iedereen op tour is en de afwas is weggewerkt. Daarna strippen en verschonen we de bungalows van de vertrokken gasten, honderdvijfenzestig dollar per nacht, met de lakens gevouwen volgens de hospital folding, en boenen we de douches en toiletten. Rond de lunch, een buffet van de restjes van het diner van gisteren, is het weer afruimen en afwassen, klaar om twee uur. Dan houthakken, afval naar de containers, en om drie uur de theepauze met opnieuw afwas en de lunchboxen van de terugkerende tour. Even rust, en om zes uur weer de keuken in voor de verkoop van wijn en bier en de afwas van het dinerbuffet. Om half negen is alles klaar, want om negen uur gaat de generator uit en is er geen licht meer. Elf uur op een dag, bij zesendertig graden.

We werken met z’n drieën, Floor, Michael en ik, elk met eigen taken, want met drie man hetzelfde doen heeft geen zin. Een avond met vijfenvijftig gasten aan tafel werken we de afwas in vijfendertig minuten weg, puur uit systeem; het is bizar hoe iets simpels als afwassen een wedstrijd kan worden. Het contrast met de twee luie smurfen, die alleen werken als de baas kijkt en daarna klagen dat ze moe zijn, maakt ons alleen maar fanatieker. Na de derde dag vertelt niemand ons nog wat we moeten doen.

Het eten is de compensatie. Het buffet is groot en goed: gegratineerde bloemkool, kip saté, steak, quiche, lasagne, shepherd’s pie, cheesecake. Een maand lang hoeven we niet te koken, en beter nog, niet na te denken over wat we eten; we komen een paar kilo aan. Alleen aan het Australische ontbijt wennen we niet, dus ’s ochtends maakt Floor “Dutch eggs”, bacon met twee eieren en kaas op de hete plaat, tot zelfs Ron ze overneemt.

Een avond met vijfenvijftig gasten aan tafel werken we de afwas in vijfendertig minuten weg, puur uit systeem.

Advertentie

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie