Cathedral Gorge en de last van de tourgroepen

Published: Updated: 0 comments
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Met gids Chris pikken we op de airstrip de daggasten op: mensen die vanaf Kununurra of Broome invliegen, een vermogen betalen, en vooral willen kunnen zeggen dat ze er geweest zijn. Gemiddelde leeftijd een jaar of vijfenzeventig. Chris is een goede gids met een mooi verhaal, en vraagt netjes of iedereen een wandeling van drie kilometer in de hitte aankan. Niemand geeft toe van niet.

Een bijna-drama

We lopen in een groep die vooral praat en nauwelijks naar de omgeving kijkt. Floor helpt een man over de losse kiezels tussen de rotsblokken, tot hij onderuitgaat, duizelig van de tegen de veertig graden. Chris en ik ondersteunen hem naar een schaduwplek; hij lijkt op het punt van een beroerte te staan. Het radiocontact voor een helikopter loopt vast in de regels, want eerst moet een ranger de situatie beoordelen, en die gaat eerst naar het kamp. Na een uur wachten sjouwen we de man zelf terug naar de bus. Hij en zijn vrouw blijken naïef en eigenwijs: “we dachten dat we niet hoefden te lopen”, “nee, ik heb het niet warm”, “nee, ik hoef niet te drinken”. De groep vindt onze doodgewone hulp buitengewoon, wat vooral iets zegt over de rest.

De kloof zelf

Een andere dag lopen we Cathedral Gorge zelf, met z’n drieën en zonder groep. Je loopt een nauwe kloof in, als naar het middelpunt van de aarde, tot je in een enorme holte staat met wanden die meer dan honderd meter recht oprijzen. Er staat een poel met vissen. De ruimte dankt zijn naam aan de akoestiek: we gooien stenen van verschillende grootte met tussenpozen in het water, pling, plong, plons, en Michael trommelt met stukjes hout op holle stammen, tot we ons in een technoparty wanen. Onderweg staan termietenheuvels waarvan de buitenkant nog het meest op hersenen lijkt; prik je er een gaatje in, dan zie je de honingraat vanbinnen, waarmee de termieten de temperatuur constant houden.

Wat nu een stoffige kloof is, verandert in de natte tijd in een waterval waarin het water dertig meter hoog staat. Dan is het hele gebied onbegaanbaar en afgesloten, ontwortelt het water palmbomen en verplaatst het grote stenen, en staat er in de kreek voor ons kamp drie meter water. De bliksem slaat overal in; de Bungles gelden als de onweershoofdstad van Australië, af te lezen aan de gaten in de zandsteen.

Je loopt een nauwe kloof in, als naar het middelpunt van de aarde, tot je in een holte staat met wanden van meer dan honderd meter.

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›

Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.

DelenWhatsAppE-mailFacebook

Laat een bericht achter


Meer inspiratie