Bij Pinders Pond hangt ’s ochtends een dikke mist boven het water. Het is doodstil en vredig, precies de ochtend waarvoor je vrij kampeert. Om kwart voor zeven komt de eigenaar in een busje langs om de tank bij te vullen uit een rode jerrycan en de generator weer te starten, en de rust gaat in rook op. Sinds we zijn generator gisteren hadden uitgezet, worden we geen vrienden meer: blijkbaar hoort een irrigatiemachine voor niet-bestaand gras vierentwintig uur per dag te draaien. Wij hebben daar geen boodschap aan en fietsen weg.
Blijkbaar hoort een irrigatiemachine voor niet-bestaand gras vierentwintig uur per dag te draaien.
Het pad langs de Clutha is vlak en de bomen zorgen voor wat afwisseling na dagen door een kaal, droog landschap. In Millers Flat raken we aan de praat met Alan Parson, die ons vraagt de groeten te doen aan Allison in het hotel van Beaumont. Na weken in dit land vallen de open, spraakzame kiwi’s steeds weer op, en het scheelt dat we de taal spreken. Bij de buurtsuper wordt ons verteld dat dit stuk van de route het mooiste van heel Nieuw-Zeeland zou zijn.
Wat er nog over is van het goud en het bos
Het dal wordt smaller waar ooit goudzoekers hun geluk zochten. Er is bijna niets meer van over: wat roestige resten, een enkel bordje. Van wat hier honderdvijftig jaar geleden gebeurde, is nauwelijks meer gedocumenteerd dan die paar overblijfselen. Opvallender is wat er met het bos is gebeurd. Op een paar plekken na, waar het landschap nog is zoals het ooit was, is bijna al het oorspronkelijke woud gekapt. Wat je nu ziet is vooral productiebos: rijen den voor de houtindustrie. De rest is grasland, overbegraasd door schapen en in toenemende mate door kuddes koeien die groter lijken dan het land aankan. Het rivierwater is er merkbaar minder helder van geworden. Van alle tegenvallers tot nu toe is dit de grootste: we hadden op meer oorspronkelijke natuur gerekend.
In Beaumont, niet meer dan een hotel uit de goudkoorts-tijd, bestellen we lamsburgers voor $ 8,- (ca. €5), bij gebrek aan gebak. Een kiwi-familie kijkt verbaasd naar onze drie volle waterflessen en de waterzak van 2,5 liter. Volgens hen kunnen we prima uit de rivier drinken. Als we opmerken dat er stroomopwaarts nogal wat mensen en dieren langs de rivier wonen, stuit dat op onbegrip en een beetje irritatie.
Voorbij Beaumont fietsen we door een van de weinige stukken oorspronkelijk bos van de dag, waar ringdoves roepen in het vochtige groen van Rongahere Forest. Daarna is het weer boerenland, met een stevige zijwind die ons langzaam vermoeit. Zo’n vijftien kilometer boven Balclutha vinden we een pad over een schapenweide naar een beschutte plek aan de rivier. Vrijkamperen tussen de schapen, met risotto als avondeten.
Foto’s uit Nieuw-Zeeland
Meer foto’s uit Nieuw-Zeeland ›




Waar deze dag ligt
Nieuw-Zeeland, nu in Nieuw-Zeeland. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
- 28. Kauwgomgrind en een gedeelde cabine in de regen naar Ranfurly
- 29. De koudste nacht, dan een dag vol tunnels op de Otago Central Rail Trail
- 30. Een generator die 24 uur draait, en het fietspad zonder brugdek
- 31. Goudkoorts en kaalslag langs de Clutha
- 32. Van panikerende schapen naar de pinguïns van Nugget Point
- 33. Storm, fietsonderhoud en een regenboog bij Kaka Point
- 34. Tegen windkracht negen naar Curio Bay
- Alle 59 afleveringen ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.