Van panikerende schapen naar de pinguïns van Nugget Point

Published: Updated: 0 comments

We willen er een rustige dag van maken en staan daarom juist vroeg op, om zes uur, voor een ontbijt van pap, broodjes kaas en het inmiddels vertrouwde eiwitpoeder uit de emmer. Het water waarmee we koken is weer kraakhelder, zoals bijna al het oppervlaktewater hier.

Om de schapenweide te verlaten moeten we langs de kudde die tussen ons en de weg in staat. Zo mak als een lammetje is een vreemde uitdrukking, blijkt: in plaats van bij ons weg te blijven, lopen de schapen juist de kant op waar wij heen moeten. Een stuk of vijf raakt klem tussen het prikkeldraad en het hek langs de weg, in paniek, en werpt zich blindelings vooruit alsof het zichzelf te pletter wil rennen. Als ik mijn fiets neerzet en er langzaam naartoe loop, weten ze eindelijk de juiste kant op. Verderop schrikken meer schapen zich een ongeluk en knallen tegen bomen om weg te komen van twee mensen die het alleen maar goed met ze voorhebben.

De vijftien kilometer naar Balclutha zijn zo gefietst. Bij de New World vullen we de voorraden aan en eten voor de deur yoghurt met vla: fietsers hebben nu eenmaal brandstof nodig. Onderweg roepen vogels een geluid dat verrassend veel op een ringtone lijkt, zelfs ’s avonds in de tent nog te horen. In het stadje probeer ik voor de zoveelste keer een kapper te vinden. Er zijn er drie, en geen van alle heeft tijd: binnen zitten ze vol met vrouwen die hun haar laten verven, bij elke kapper hetzelfde beeld. Waar in dit land is de gewone herenkapper gebleven?

Weer op dezelfde plek als Ben en Ann

Al om kwart over twaalf vinden we op de camping van Kaka Point een mooie, verscholen plek tussen de bosjes vol vogels. We sturen Ben en Ann een bericht dat we er zijn; zij komen vandaag uit Milton, en ons berichtje motiveert hen om ook hierheen te komen. Een andere route, een andere planning, en toch rond dezelfde tijd weer op dezelfde plek. We krijgen de beste plekken van de camping.

Nugget Point: pinguïns, zeeleeuwen en een zeeolifant

Floor gaat chillen, ik fiets vast de negen kilometer gravel naar Nugget Point om de boel te verkennen. De weg eindigt bij een indrukwekkende scherenkust met een vuurtoren op de punt, maar het gaat om wat eronder ligt: zeehonden en zeeleeuwen op de rotsen en in het water, druk met elkaar in de weer en vol grappige geluiden. Er zit ook een kolonie geeloogpinguïns, al is kolonie een groot woord voor de handvol die er nog zitten; ik weet er twee te spotten. Het is de zeldzaamste pinguïn ter wereld. Waarom hun aantal terugloopt, is de vraag: misschien wordt het hier te warm, misschien komen er simpelweg te veel mensen die de rust verstoren.

Kolonie is een groot woord voor de handvol geeloogpinguïns die hier nog zitten.

Tegen de wind in ploeter ik terug naar de camping, waar ik de anderen aantref in precies dezelfde toestand als twee uur eerder. Na wraps met bonen en groenten stappen we met z’n allen op de fiets om Nugget Point bij het invallen van de avond te zien. Acht uur zou de beste tijd voor de pinguïns zijn, maar er is niets en het wordt al te donker om nog iets te onderscheiden. Op de punt liggen wel zeeleeuwen, en zelfs een zeeolifant als een grote blob op de rotsen. Windstil rijden we in het donker terug, tot op het wasbord van de gravelweg een spaak in mijn achterwiel breekt. Een primeur.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Foto’s uit Nieuw-Zeeland

Meer foto’s uit Nieuw-Zeeland ›

Waar deze dag ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie