Terug naar Tbilisi, en een calzone te veel

Published: Updated: 0 comments

Er is in Lagodekhi weinig meer te beleven, dus we vertrekken eerder dan gepland naar Tbilisi. Na een afscheidszoen van oma pikt een marsjroetka ons op en zet ons bij het busstation af. Aan het loket kopen we voor zeven lari per persoon een kaartje en raken we aan de praat met de wachtende mannen. Duitsers? Nee, Nederlanders. Dat opent meteen een deur, want de presidentsvrouw van Georgië is een Nederlandse: “Ah, Sandra Roelofs!” Met die ene naam zijn we bijna landgenoten. “Is she dobre?” “Yes, she is.” “Do you like Georgia?” “Oh yes, very much.”

Geen Duitsers, Nederlanders. “Ah, Sandra Roelofs!”

Onze chauffeur lijkt de rustigste van Georgië, tot we doorhebben dat hij alleen zo langzaam rijdt om onderweg de bus vol te krijgen; zodra hij vol zit, jakkeren we als vanouds met bizarre inhaalmanoeuvres over de weg. Toch is het een van de ontspannener ritten, en zonder kleerscheuren rijden we via de George W. Bush Avenue Tbilisi binnen, precies bij het metrostation waar we twee weken eerder de taxi naar Telavi namen. Hup de metro in, en bij Rustaveli stappen we uit, bij hetzelfde hotel als de vorige keer.

We wandelen via de Rustaveli langs de boekwinkel en door het oude stadsdeel naar de rivier. Dat oude deel groeide rond de zwavelbronnen onder de Narikala-vesting, Tbilisi betekent “warm”, en was altijd een smeltkroes, met oude Armeense, Azerbeidzjaanse en Joodse wijken en straten die naar ambachten heten, zoals die van de zilversmeden en de ververs. Veel van de karakteristieke huizen met gesneden houten balkons staan op instorten, andere worden opgeknapt. Terug bij het hotel hebben we zin in pizza en delen we een calzone. We genieten ervan, maar niet lang, want binnen een uur liggen we met de kots en de schijterij: een fijne voedselvergiftiging.

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›

Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie