Na alle luiheid is het tijd voor wat beweging: een wandeling naar het Bodbe-klooster, ter ere van de heilige Nino, een historische figuur uit de vierde eeuw en de belangrijkste heilige van Georgië. Ze ligt begraven in de kerk, die vol staat met indrukwekkende schilderingen. Nog interessanter is haar bron, zo’n achthonderd meter lager, waar het druk is met Georgiërs die zich in witte gewaden onderdompelen in het heilige water.
Bij St. Nino’s bron dompelen Georgiërs zich in witte gewaden onder in het heilige water.
Omdat een rondje leuker is dan dezelfde weg heen en terug, snijden we de bocht af en lopen via de gewone weg terug omhoog, waarbij we voor het gemak vergeten dat een voetpad meestal de kortste route is; we zweten ons het apenzuur in de negenendertig graden. De volgende dag brengt de gastheer ons voor veertig lari in zijn VW Golf, met flinke barsten in de voorruit en zonder achteruitkijkspiegel, naar Lagodekhi, aan de voet van de oostelijke Kaukasus. Onderweg verkopen ze langs de weg meloenen, aubergines en paprika’s, en zitten roofvogels op de vele dode bomen.
In Lagodekhi nemen we een homestay voor veertig lari per persoon inclusief maaltijden, met een lunch die oma vrijwel volledig uit eigen moestuin bereidt. Lagodekhi ligt aan de voet van het nationale park, maar die aanduiding betekent hier niet schoon of rustig. Het is een mooi loofbos waar de herfst al wat vat op krijgt, maar half Lagodekhi loopt uit om er te picknicken, te barbecueën en te zwemmen, en het afval blijft gewoon liggen: plastic en lege bierflessen drijven in en langs het water. Wat wij een schande vinden, lijkt hier de normaalste zaak van de wereld.
Verder in de serie
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.