Home AfrikaZambiaLivingstone en de Victoria Falls

Livingstone en de Victoria Falls

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

Livingstone is de zuidelijke toegangspoort van Zambia, aan de Zambezi vlak bij de Victoria Falls. De stad is genoemd naar de Schotse ontdekkingsreiziger David Livingstone, die in 1855 als eerste Europeaan de waterval zag en hem naar de Britse koningin vernoemde. De lokale naam is ouder en treffender: Mosi-oa-Tunya, de rook die dondert, naar de nevelwolk en het geraas die kilometers ver te horen en te zien zijn.

De Victoria Falls vanaf de Zambiaanse kant, waar de Zambezi over de volle breedte de kloof in stort met een nevelwolk en een regenboog
Afrikaanse olifant loopt door een woonstraat aan de rand van Livingstone terwijl bewoners toekijken

Een koloniale stad aan de rivier

De stad zelf ontstond in 1905, een jaar nadat de spoorbrug over de Zambezi-kloof was gebouwd, en was tot 1935 de hoofdstad van Noord-Rhodesië, het huidige Zambia. Langs de hoofdstraat staan de koloniale gebouwen uit die tijd er nog, nu tussen markten, winkels en druk verkeer, met ruim 177.000 inwoners. Dat de stad aan een van de grootste watervallen ter wereld ligt, verraadt de straat niet: het gewone leven gaat er gewoon zijn gang.

Wat je je hier midden in het gewoel niet voorstelt, is dat olifanten elk jaar de stad in lopen. In het droge seizoen trekken ze vanuit het aangrenzende park de woonwijken in, op zoek naar tuinen en fruitbomen, en vooral de wijk Dambwa South, die aan het park grenst, heeft er last van. Mens en dier delen hier letterlijk dezelfde straat.

Twee kilometer stroomafwaarts van de rustige, brede Zambezi waar de stad aan ligt, stort datzelfde water honderd meter de kloof in.

Bezoekers lopen doorweekt over de smalle Knife Edge Bridge langs de Victoria Falls aan de Zambiaanse kant

De waterval en het kleinste park

De Victoria Falls is met een breedte van 1.708 meter en een hoogte van 108 meter het grootste aaneengesloten vallende watergordijn ter wereld. Vanaf de Zambiaanse kant loop je er via de Knife Edge Bridge vlak langs, met in het hoogwaterseizoen een regendouche die niet ophoudt. De toegang kost 380 kwacha (ongeveer twaalf euro), goedkoper en rustiger dan de kant in Zimbabwe.

Direct aan de stad grenst het Mosi-oa-Tunya National Park, met 66 vierkante kilometer het kleinste park van Zambia en tegelijk werelderfgoed. Er leven olifanten, zebra’s, giraffen en nijlpaarden maar geen grote roofdieren, waardoor het te voet toegankelijk is. Het is bovendien het enige gebied in heel Zambia waar witte neushoorns leven, ingevoerd uit Zuid-Afrika en dag en nacht bewaakt door gewapende rangers, sinds stropers in 2007 twee dieren doodden. Voor de meeste reizigers is Livingstone de eerste kennismaking met Zambia, en de plek waar de Zambezi zich op zijn indrukwekkendst laat zien.

De waterval is vanaf de grond nooit in één blik te vatten; pas vanuit een vliegtuigje, hoog boven de kloof, wordt de schaal van Mosi-oa-Tunya begrijpelijk.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Advertentie

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie