Home AfrikaZambiaDe witte neushoorns van Livingstone en de vrachtwagens naar Choma

De witte neushoorns van Livingstone en de vrachtwagens naar Choma

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

We rollen Zimbabwe uit en Zambia in, over de Victoria Falls Bridge. Aan de linkerhand de gorge met de Zambezi diep beneden, aan de rechterhand de nevelwolk van de waterval, en op de brug zelf een fijne motregen die nooit optrekt. Onze vlucht naar huis vertrekt over ruim twee weken uit Lusaka, dus wijst ons plan naar het noorden. De formaliteiten zijn snel: Zimbabwe stempelt ons uit, Zambia is net als Botswana visumvrij, een stempel en de vraag hoe lang we willen blijven. Aan de overkant zien we ineens andere fietsers. Geen toeristen, die hebben we in weken maar een handvol keer gezien, maar zwaarbeladen collega’s die met goederen de andere kant op trappen, naar Zimbabwe. De weg heeft meer gaten. We slaan af voor Livingstone en zetten de tent op aan de brede, trage Zambezi, met in de verte nog altijd de rook die dondert. Twee kilometer verderop stort dit rustige water honderd meter naar beneden.

Weelderig tropisch regenwoud met grote bomen en palmbladeren bij Victoria Falls, Zimbabwe

De witte neushoorn

Ons kamp ligt in Mosi-oa-Tunya National Park, het kleinste park van Zambia en tegelijk werelderfgoed. Het beslaat 66 vierkante kilometer langs de Zambiaanse oever, stroomopwaarts van de waterval, en grenst direct aan de stad. Er leven olifanten, giraffen, zebra’s, nijlpaarden en krokodillen, maar geen grote roofdieren, en juist daarom mag je het te voet in. Het is het enige gebied in heel Zambia waar witte neushoorns leven. Inheems zijn ze niet: ze zijn ingevoerd uit Zuid-Afrika. In 2007 werden er in één nacht twee door stropers gedood, en sindsdien worden de resterende dieren dag en nacht bewaakt door gewapende rangers.

We regelen een rit langs de rivier, zestig euro per persoon, op zoek naar de zuidelijke witte neushoorn. Al na een paar minuten staan er olifanten langs de snelstromende Zambezi, impala’s, zebra’s. Dan lopen we, met een bewaker voor en een bewaker achter, door de bush naar de plek waar de dieren zijn gesignaleerd. We zien er niet één maar vijf, tegen elkaar aan geleund, volstrekt onverschillig terwijl wij op nog geen honderd meter staan. De witte neushoorn is anderhalf keer zo groot als de zwarte en veel minder agressief. Massief, grijs, met die dubbele hoorn.

Van de tien witte neushoorns die Zambia nog telt, staan er negen op deze paar honderd meter.

De gedachte dringt zich op wat voor mens je moet zijn om dit voor een trofee neer te willen halen. Van de noordelijke witte neushoorn leven er nog maar twee in het wild. Elke stroper die er hier één neerschiet, slaat een gat in een populatie die zich nauwelijks kan herstellen. We staan lang stil. De neushoorns ook.

Hoog boven de waterval

De volgende dag bekijken we de waterval van de Zambiaanse kant. Negen kilometer terug richting de grens, 380 kwacha entree, omgerekend zo’n zeventien euro, aanzienlijk goedkoper en rustiger dan aan de overkant. Geen geduw, wel lokale bezoekers die zingend en dansend de kloof over de Knife Edge Bridge lopen, een smal loopbruggetje dat nu vooral een snoeiharde regendouche oplevert. Langs de kloof staat een strook regenwoud dat alleen bestaat door de eeuwige nevel: hoge bomen, lianen, varens, en een paar honderd meter verder is het land weer droog en open.

’s Middags stijgen we op in een microlight, een open tweepersoonstrike zonder dak of deuren. Direct wordt het groene land onder me kleiner. Rechts de brede Zambezi met ondergelopen eilanden waarvan de begroeiing als groene koepels boven het water uitsteekt, olifanten duidelijk zichtbaar, in het water de donkere ruggen van nijlpaarden. Dan de waterval: het water stroomt breed en traag en stort zich vervolgens bijna zonder aankondiging over een rand van 1.700 meter in de kloof. We vliegen recht op de nevel af, draaien en zien de val in volle breedte. Beneden ligt een ondergelopen moeras vol olifanten en nijlpaarden, met daartussen zebra’s, giraffen en bavianen. Na weken op de fiets snappen we pas nu de schaal van dit landschap. Die is alleen van hierboven te begrijpen.

De T1 naar Choma

Livingstone is een stad met een verleden. Ze ontstond in 1905, een jaar na de brug, en was tot 1935 de hoofdstad van Noord-Rhodesië, het huidige Zambia. Langs de hoofdstraat staan de koloniale gebouwen uit die tijd nog, daartussen markten, winkels en druk verkeer, en inmiddels ruim 177.000 inwoners. Wat je je hier midden in het gewoel niet kunt voorstellen, is dat olifanten elk jaar de stad in lopen. In het droge seizoen trekken ze vanuit Mosi-oa-Tunya de woonwijken in, op zoek naar tuinen en fruitbomen, en de wijk Dambwa South, die aan het park grenst, heeft er het meest last van. Alleen al in Livingstone vallen jaarlijks vijf tot tien doden door confrontaties met olifanten. Mens en dier delen hier dezelfde straat.

Na de stad nemen we afscheid van de Zambezi en klimmen naar het plateau, dat gemiddeld op zo’n 1.100 meter ligt. De wind komt uit het noordoosten, net als in Namibië en Botswana, en over de T1, de hoofdweg naar Lusaka, rijdt een eindeloze stroom zware vrachtwagens uit beide richtingen. We rijden niet de hele 190 kilometer naar Lusaka, maar tot Choma, waar we deze route kunnen verlaten voor een rustiger weg naar Kafue. In Namibië werd er gelopen, hier wordt gefietst, en niet voor de sport maar voor het vervoer van goederen. Een slag in het wiel, geen remmen, een lekke band die ter plekke wordt geplakt: iedereen heeft een pomp. Als collega’s begroeten we elkaar met een zwaai. De bermen zijn breed genoeg, maar liggen vol glas en stukken band met ijzerdraad, goed voor drie lekke banden in twee dagen.

Halverwege, in de handelsplaats Kalomo, kost een simkaart ons een uur. Onder een witte partytent zitten zes jonge mensen in de gele jasjes van telecomprovider MTN; het aanvraagproces mislukt eerst omdat we geen Zambianen zijn, dan omdat een nummer niet klopt, en pas de derde keer is het raak. Rondom staat de muziek op maximaal volume en niemand maakt zich druk. Komt het niet nu, dan wel straks. Bij een kraampje langs de weg blijkt het enige eten nshima, de lokale maïspap, die ze ons eigenlijk niet durfden aan te bieden. Aan het einde van de tweede dag rollen we Choma binnen, provinciehoofdstad op 1.337 meter, waar we de T1 achter ons laten. Twee dagen tegenwind en geraas hebben aan ons gevreten. Het hotel heeft een bed, een douche en stilte, en tijdens het eten dringt vanuit de kerk ernaast vrolijk gospelgezang naar binnen. Meer hebben we niet nodig.

Praktische informatie

Hoe er komen: Livingstone is de zuidelijke toegangspoort van Zambia, over de Victoria Falls Bridge vanuit Zimbabwe of via de eigen luchthaven. Van Livingstone naar Choma is het ongeveer 190 kilometer over de T1, de doorgaande weg naar Lusaka: geasfalteerd, maar met zwaar vrachtverkeer en brede, glasrijke bermen. Fietsen kan, alleen is het geen ontspannen route.

Slapen: in Livingstone is er van backpackerhostels tot koloniale hotels en campings langs de Zambezi van alles te vinden; onderweg naar Choma liggen in de grotere plaatsen eenvoudige hotels. Reserveer bij de waterval in het hoogwaterseizoen (april en mei).

De waterval: de Zambiaanse kant kost 380 kwacha (ongeveer €17), goedkoper en rustiger dan de kant in Zimbabwe; ga in de vroege middag, als de nevel wat terugtrekt. Een microlight- of helikoptervlucht is prijzig, maar geeft als enige de echte schaal van de val.

Mosi-oa-Tunya: het kleinste park van Zambia grenst aan Livingstone en is het enige gebied van het land met witte neushoorns; een begeleide rit langs de Zambezi kost rond de €60 per persoon.

Nog weten: Zambia is voor veel bezoekers visumvrij of via e-visum en de KAZA UniVisa te betreden. Reken op contant geld, want buiten de steden is pinnen onbetrouwbaar; een simkaart regel je bij MTN of Airtel, met wat geduld. In het droge seizoen lopen in Livingstone olifanten de stad in, dus houd afstand.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Advertentie

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie