
Over Zimbabwe kunnen we na drie dagen niets zinnigs zeggen. We zijn in de toeristische enclave van Victoria Falls geweest en verder niet. Wat we meekrijgen is positief: de mensen hier, net als in Namibië en Botswana, zijn vriendelijk en spontaan. Ja, er wordt geprobeerd geld aan ons te verdienen. Ik zou hetzelfde doen. Je spreekt hier meer mensen op een spontane manier dan thuis.
Maar ons plan wijst naar Zambia. De vlucht terug vertrekt vanuit Lusaka. Dus fietsen we over de brug.

Over de brug
De Victoria Falls Bridge dateert uit 1905 en overspant de Batoka-kloof op 128 meter hoogte, vlak benedenstrooms van de waterval. Hij is de enige spoorverbinding tussen de twee landen, gebouwd voor een doorgaande lijn van Kaapstad naar Caïro die er nooit is gekomen. Links de kloof met de Zambezi diep beneden, rechts de nevelwolk. We fietsen hem over met natte gezichten.
De formaliteiten zijn aan beide kanten snel geregeld. Zimbabwe geeft een uitreisstempel, Zambia is net als Botswana visumvrij: stempelen, kijken hoe lang je mag blijven, en door.
Een grens kan een harde lijn zijn. Waar we de afgelopen weken vier toeristen op de fiets zijn tegengekomen, allemaal op dezelfde dag, rijden hier tientallen zwaarbeladen collega’s met goederen richting Zimbabwe. Ook de weg verandert: meer gaten. We slaan eerder af dan Livingstone en zetten de tent op aan de brede Zambezi, met in de verte de nevelwolk.

Negen van de tien
Ons kamp ligt in Mosi-oa-Tunya National Park, het kleinste van Zambia: 66 vierkante kilometer langs de oever, tegen de stad Livingstone aan. Er zijn geen grote roofdieren, dus je mag hier te voet lopen. Het is ook het enige gebied in Zambia waar witte neushoorns leven. Inheems zijn ze niet; ze zijn ingevoerd vanuit Zuid-Afrika. In 2007 werden er in één nacht twee door stropers gedood. Sindsdien worden de tien resterende dieren dag en nacht bewaakt.
We regelen een rit langs de rivier, zestig euro per persoon voor een paar uur. We zitten nog geen vijf minuten in de auto of er staan olifanten langs het snelstromende water. Impala’s. Zebra’s. Dan rijden we naar het gebied waar de neushoorns zijn gesignaleerd. Er staan al een paar voertuigen. Twee gewapende rangers wachten ons op; we stappen uit en lopen de bush in met een bewaker voor en een achter.

Dan zien we er niet één maar vijf. Ze hangen tegen elkaar aan en storen zich niet aan ons, terwijl we op minder dan honderd meter staan. De witte neushoorn is anderhalf keer zo groot als de zwarte en aanzienlijk minder agressief. Massief en grijs, met die dubbele hoorn. Het is een keystone species: door wat ze eten en waar ze grazen bepalen ze hoe de vegetatie eruitziet, en dus wat er verder kan leven.
Wat voor mens ben je als je dit voor een trofee wilt neerhalen? Van de noordelijke witte neushoorn leven er nog twee in het wild. Van de zuidelijke zijn er wereldwijd ruim vijftienduizend over.
In Zambia leven er tien. Negen daarvan staan hier.
We staan lang stil. De neushoorns ook.

Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Zambia ›




Waar deze dag ligt
Fietsreis door zuidelijk Afrika, nu in Zambia. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering52. Mosi-oa-Tunya: de rook die dondert
Volgende aflevering ›54. Hoog boven de Victoria FallsNieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.