Op de ochtend dat de thermometer drie graden aangeeft, breken we het kamp op en rijden naar Weano. We slaan Savannah Campground over, met zijn warme douche die we niet nodig hebben, want bij de kloven ligt een gratis campground, net op de grond die niet tot het park behoort. Eerst rijden we naar Kalamina Falls, 25 kilometer over een gegradede maar door de corrugation onaangename gravelweg; de Kalamina Gorge blijkt de moeite waard, al is het water te koud om te zwemmen. De weg naar Weano wordt ronduit slecht, met diepe kuilen en kreken met te hoog water, maar we komen zonder schade aan. Dat hier weinig gewone twee-wielaandrijvingen komen, snappen we wel. Terwijl ik tosti’s maak, raakt Floor aan de praat met twee Flying Doctors die hier het seizoen met een camper staan; voor het eerst ontmoeten we een Doctor Jeff in levenden lijve, die eigenlijk Phil heet.
Junction en Oxer
We lopen door het toegankelijke deel van Weano Gorge en keren bovenlangs terug, langs spinifex en roodpaarse termietenheuvels, naar de uitzichtpunten Junction en Oxer. Dat hadden we niet verwacht: vanaf een 120 meter hoge loodrechte wand kijken we uit over vier kloven die hier samenkomen, Weano, Joffre, Hancock en Knox. Na het drielandenpunt bij Vaals zullen we nooit meer onder de indruk zijn. ’s Avonds nodigt Phil ons uit voor warme chocolademelk bij zijn camper, en praten we lang over de verschillende manieren om de natuur te beleven.
Vanaf een 120 meter hoge wand kijken we uit over vier kloven die hier samenkomen: Weano, Joffre, Hancock en Knox.