Bij het ophalen van de fietsen zegt Elisa dat ze het jammer vindt dat we al gaan. Het zijn altijd de leuke mensen die maar één nacht blijven. We zijn hier om te fietsen, niet voor een stedentrip. In het portiek laden we de tien tassen op, monteren de spiegels en trekken de regenjas aan, want op het moment van vertrek begint het te regenen.
De winkeliers lopen uit om ons te bekijken. Als we vertellen dat we naar Jordanië willen fietsen, worden we ongelovig aangekeken. “You mean, the River Jordan?” Ze zijn het erover eens dat we niet helemaal in orde zijn. Voor wie hier woont zijn landen als Syrië en Jordanië niet de meest voor de hand liggende bestemmingen. In het toeristische hart van Praag kijken ze ons al aan alsof we van een andere planeet komen. Hoe zou dat verderop zijn.
Fietsroute 1, en meteen weer kwijt
Bij het station vinden we de bordjes “fietsroute 1”. Dat gaat makkelijk. Net zo makkelijk raken we ze weer kwijt. De weg wordt drukker en breder en we hebben geen plattegrond van Praag, dus we weten niet waar we zijn. Bij een benzinestation tekent een medewerker de route voor ons uit op een stadskaart. Het lijkt een goed plan om 80 KC in die kaart te investeren, het verschil tussen verdwalen en de stad uit komen. In een buitenwijk pakken we een fietspad door een groenstrook op dat verderop weer aansluit op route 1.
Buiten Praag rijden we over rustige wegen door velden vol geel koolzaad, langs kersenbomen in bloei. De lucht is zwaar en weeïg van de geuren; ik weet niet of ik het lekker vind of niet. De zon breekt geregeld door en dan is het zweten bij de klimmetjes.
De eerste automobilist is zo vriendelijk mijn kronen niet aan te willen nemen.
Een halve liter benzine
In een dorp doen we boodschappen bij de potraviny en pinnen we extra kronen. Voor de brander hebben we benzine nodig, en dat is een klus: bij de pomp geldt een minimum van twee liter, terwijl wij een halve liter willen. Het wordt dus wachten op de eerste auto die benzine tankt, geen diesel. De eerste automobilist weigert vriendelijk mijn kronen aan te nemen.
In Vyzlenka zou een camping moeten zijn, maar de locals weten van niets. Hun kennis is niet altijd te vertrouwen, dus we kijken zelf rond en komen via achterstraten uit bij een pension: een communistisch gebouw met een groot grasveld, op een paar bosbouwers en de oude eigenaar na helemaal leeg. Voor 100 KC mogen we de tent opzetten, al wordt niet helemaal duidelijk of betalen nodig was. In het warme café lezen en schrijven we bij een goede pivo, groentesoep met leverballen en een bord met salade, aardappelen en ham. Stevig voer voor de kranige fietser, voor 204 KC alles bij elkaar.