Praktische informatie over Botswana: visum, geld en vervoer

Published: Updated: 0 comments

Botswana is voor de reiziger een van de eenvoudigere landen van zuidelijk Afrika. De formaliteiten zijn licht, de wegen zijn goed en de veiligheid is hoog. Wat het land duur maakt zijn niet de dagelijkse kosten maar de natuurparken, die bewust hoge prijzen hanteren om de bezoekersaantallen laag te houden.

Visum en grenzen

Wie een Nederlands of Belgisch paspoort heeft, heeft voor een toeristisch bezoek geen visum nodig. Bij aankomst krijgen bezoekers uit de meeste Europese landen een verblijf van negentig dagen gestempeld, mits het paspoort nog minstens zes maanden geldig is en er een bewijs van vertrek kan worden getoond. De grensposten met Namibië, Zambia en Zimbabwe zijn doorgaans rustig en snel. Aan de meeste grenzen wordt een klein bedrag geheven voor voertuigen, en op sommige posten wordt de schoenzool door een ontsmettingsbad gehaald tegen mond-en-klauwzeer, een maatregel die met de veestapel van het land te maken heeft. Het loont om de openingstijden vooraf te checken, want kleinere posten sluiten in de namiddag.

Pula, kaarten en contant geld

De munt is de pula, wat in het Setswana “regen” betekent, een veelzeggende naam in een land waar water het schaarste goed is. Honderd pula is ongeveer zes tot zeven euro. In de steden en bij de grotere lodges kan overal met kaart worden betaald, en er staan pinautomaten in Gaborone, Francistown, Maun en Kasane. Buiten die plaatsen valt de reiziger terug op contant geld, want de kleinere dorpen en veel campingwinkels draaien op briefgeld. De Zuid-Afrikaanse rand wordt in het zuiden op veel plekken geaccepteerd, maar het wisselgeld komt dan in pula terug. Op de verkoop van alcohol gelden accijnzen en beperkte openingstijden, dus koud bier is niet overal en niet altijd vanzelfsprekend.

De munt heet naar de regen, en wie lang genoeg in de Kalahari reist begrijpt waarom een volk zijn geld naar water vernoemt.

Vervoer en reistijd

Tussen de grote plaatsen rijden minibussen en langeafstandsbussen, goedkoop maar traag en vol. Wie de parken wil bereiken, is vrijwel altijd aangewezen op een eigen of gehuurde terreinwagen: veel van de mooiste gebieden liggen aan het eind van zandpaden die na regen onbegaanbaar worden. De hoofdwegen tussen de steden zijn geasfalteerd en in goede staat, maar ’s nachts rijden wordt sterk afgeraden, want vee en wild lopen los en zijn in het donker niet te zien. Binnen de nationale parken geldt overal een voertuigplicht; fietsen en lopen zijn er verboden, zoals de fietsreis door Chobe aan den lijve ondervond.

De beste reistijd hangt af van wat de reiziger zoekt. Het droge seizoen, van mei tot oktober, is het hoogseizoen: de vegetatie is dun, de dieren verzamelen zich rond het krimpende water en zijn goed te zien. Juli tot september is het drukst en het duurst. Het regenseizoen, van november tot april, brengt groene vlaktes, jonge dieren en veel vogels, maar ook hoge temperaturen, muskieten en modderpaden. In het noorden, rond de Okavango en de Chobe, geldt een malariarisico dat in het natte seizoen het grootst is; profylaxe wordt aangeraden.

Botswana rekent zijn parken bewust duur af, en houdt zo de vlaktes leeg op een manier die de dieren ten goede komt en de portemonnee niet.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Advertentie

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie