Onze fietsreis mag dan in Lusaka zijn geëindigd, we hebben nog een paar dagen over. Het plan is om met een huurauto naar Lower Zambezi te rijden. South Luangwa National Park was eigenlijk de eerste keuze, maar dat is nog 600 kilometer. Zoveel tijd hebben we niet meer. Lower Zambezi ligt 220 kilometer van Lusaka en is gemakkelijk te bereiken.
Bij Europcar huren we een auto voor vier dagen. De pickup die ze aanbieden is veel te duur. We denken dat we het met een goedkopere Japanse tweewielaandrijver ook wel redden. Waarom is autohuur altijd gedoe als je niet alle extra’s afkoopt? De ene na de andere onduidelijke toeslag die vooral extra kost maar geen voordeel oplevert. Onze fietsen laten we achter in het kantoor. Voor elke uitdaging is een oplossing.

Lusaka door, tolpoort, politie
Het is maar 220 kilometer naar de camping aan de Zambezi, maar we hebben de reistijd onderschat. Allereerst komen we de stad amper door. Het centrum is een mierennest van activiteit, het verkeer staat muurvast. Vrouwen in kleurrijke jurken lopen met grote schalen sinaasappels en bananen tussen de stromen auto’s door. Jongens bieden katapulten aan met gele elastieken, effectief tegen opdringerige apen, zo weten we inmiddels. Langs de weg is het één grote openluchtmarkt. Bijna niemand is hier in loondienst: de informele economie draait op kleine handel, van een enkel stuk fruit tot een stapel handdoeken. Er is altijd wel iemand die precies nu een gootsteenontstopper nodig heeft.
Als we de stad achter ons laten rijden we even op de weg naar Victoria Falls, onze highway from hell, met de bijbehorende colonne vrachtwagens. Maar niet voor lang. Na Kafue slaan we af op de veel rustiger T2 richting Chirundu, waar de verharde weg de grens met Zimbabwe passeert. Wij moeten nog 60 kilometer over onverharde weg naar Lower Zambezi.

Dan de tolpoort. We hebben de dag ervoor onze laatste kwacha uitgegeven aan groenten voor de pasta. De tol is 20 kwacha en alleen cash of mobile money wordt geaccepteerd. Mobile money is een digitale betaalservice via de telefoon, aangeboden door telecombedrijven als MTN en Airtel. Wijdverbreid in Zambia, omdat veel mensen geen bankrekening hebben. Wij hebben geen van beide. We mogen niet verder en kunnen ook niet achteruit: een rij vrachtwagens verspert de weg. Een vrachtwagenchauffeur ziet de situatie, stapt uit en betaalt de 20 kwacha voor ons. Gênant.
Vervolgens worden we van de weg gehaald door de politie. Ik moet plaatsnemen in de politieauto. Te hard gereden: 74 waar 60 is toegestaan. Geen bord gezien, maar de boete staat vast op 400 kwacha, ongeveer 14 euro, contant af te rekenen. Een duidelijk geval van corruptie. Ik heb geen kwacha meer. Maar ik heb wel euro. Ik overhandig een biljet van 5 euro. Hoeveel is dit, vraagt de agent. Ongeveer 300 kwacha, antwoord ik. Hij kijkt vertwijfeld. Ik geef hem geen kans en stap uit. We kunnen verder.

Lower Zambezi
Lower Zambezi National Park ligt in het zuidoosten van Zambia, op de noordoever van de Zambezi, tegenover Zimbabwe’s Mana Pools National Park. Samen vormen ze een UNESCO Werelderfgoedgebied. Het park beslaat 4.092 vierkante kilometer en werd in 1983 officieel een nationaal park, nadat het jarenlang als privé wildreservaat van de Zambiaanse president had gediend. Rondom het park ligt een grote bufferzone, de Lower Zambezi GMA, bijna vijf keer zo groot als het park zelf en zonder hekken. Dieren bewegen vrij tussen beide gebieden.
Voor de laatste 60 kilometer naar de camping hebben we anderhalf uur voor de zon ondergaat. De gravelweg is van goede kwaliteit en we maken tempo. Het landschap is totaal anders dan we tot dusver hebben gezien: bergen, rode aarde, grote baobabs overal. De hutten in de dorpen zijn van rood leem gemaakt. Mensen kijken nieuwsgierig naar de auto, maar de interactie die we als fietser hadden is er niet meer. We zitten in een capsule die ons afsluit van het leven buiten.

De laatste 20 kilometer rijden we door de GMA. De weg wordt smaller en zandiger. We zien impala’s en waterbok, een grote antilope met een kenmerkende witte ring op de kont, kenmerkend voor oevers en moerasgebieden. Net voor het donker arriveren we. Het is een luxe camping: eigen douche en toilet in de open lucht, buitenkeuken en vuurplaats. En een persoonlijke assistent die heel passend James heet. Hij maakt het vuur aan, biedt aan de tent op te zetten en vraagt of hij de afwas mag doen. Dat gaat te ver. Maar hem vragen ons te waarschuwen als er dieren zijn, dat lijkt ons wel nuttig. Hij vertelt dat er hier leeuwen en olifanten over de camping kunnen lopen.
Die nacht geen leeuw of olifant, maar wel een boszwijn, de nachtelijke en schuwere neef van het wrattenzwijn. Die hadden we nog niet gezien.
Meer uit deze serie:
← Van Kafue naar Lusaka: de laatste etappe
Krokodillen, nijlpaarden en een olifant voor de tent →
2 comments
nou, dat was nog wel een spannende rit..inclusief een soort van arrestatie…gelukkig had je nog wat euro’s
“Hij kijkt vertwijfeld. Ik geef hem geen kans en stap uit. We kunnen verder.” Geweldig :-))
Hoop dat jullie nog wel wat geld tevoorschijn kunnen toveren voor James.
Veel plezier!