Om 5.00 uur gaat de wekker. Om 5.30 gaan we op safari door Kafue National Park, dat direct achter de camping begint. Hier werkt de Afrikaanse tijd omgekeerd: om kwart over vijf staat de Hilux al voor onze tent. Maar zonder koffie is de dag niet begonnen.

Kafue is het oudste en grootste nationaal park van Zambia: 22.400 vierkante kilometer, opgericht in de jaren vijftig door de Britse natuurbeschermer Norman Carr. Het park herbergt meer dan 500 vogelsoorten en 158 zoogdiersoorten, waaronder de hoogste diversiteit aan antilopensoorten van heel sub-Saharaans Afrika. Maar na negen weken reizen hebben we nog steeds geen hyena gezien en de buffel nog niet van dichtbij. We hebben een missie.

Het meer bij zonsopgang
Het is nog donker als we vertrekken. Met een krachtige zaklamp wordt links en rechts in de vegetatie geschenen. Er lichten geen ogen op. We rijden zuidwaarts over de zogenoemde Spinal Road, langs Lake Itezhi-Tezhi. Het is een indrukwekkende watermassa. De zon zet de oostelijke horizon al in een rode gloed. Het waterpeil staat erg hoog: duizenden dode bomen steken uit het meer omhoog. Met de vlammende ochtendlucht erachter is het een gezicht dat je niet snel vergeet.

De oevers zijn overstroomd tot een uitgestrekt moeras. De laatste regen viel hier begin april, maar het waterpeil stijgt nog steeds, want van stroomopwaarts blijft water aanvoeren. De streek heeft drie droge jaren achter de rug. Vorig jaar kon je nog naar de eilanden lopen die nu midden in het meer liggen. Nu worden de moerassige oevers bewoond door nijlpaarden die zich tegoed doen aan de overvloed. De impalas zijn er zoals altijd in grote getale. Ze springen achter elkaar door het drassige land.

Vogels genoeg, zoogdieren minder
Landschappelijk is de safari een groot succes. Het meer, de weelderige oevervegetatie, de grote bomen en de rijke vogelwereld worden niet saai. Afrikaanse zeearenden cirkelen boven het water en zitten in boomtoppen. Maraboes staan roerloos in het moeras, kale roze kop op de borst gezakt, de vlezige keelzak als een vergeten lunchpakket naar beneden hangend. Duizenden nijlganzen staan in het ondiepe water en vliegen massaal op als we ze laten schrikken. Maar een beestenboel wordt het niet. Onze gids doet zijn best en we zijn bijna vijf uur onderweg. De buffel en de hyena laten zich niet zien.

Aan het einde worden we toch nog beloond. Op de weg voor ons: drie wilde honden, schuw en in beweging. Ze kijken even om en verdwijnen dan in het dichte groen. Lang kunnen we niet van ze genieten, maar de waarneming is bijzonder. De Afrikaanse wilde hond is wereldwijd met nog geen 7.000 exemplaren een van de meest bedreigde roofdieren van het continent. Kafue geldt als een van de belangrijkste leefgebieden voor de soort. Dat we ze hier zien, ook al is het maar even, is geen vanzelfsprekendheid.
4 comments
Echt? Nu pas een hyena? Wow!
Nou, nog steeds geen hyena. Wel een wilde hond. Zag ik maar een hyena. Volgens Mette zou je die zonder problemen moeten zien, maar na 9 weken hier nog geen
Nou dat was weer genieten van alle verhalen! Ik had nogal een achterstand merkte ik…excuses daarvoor. ík wist niet dat de wilde honden een bedreigde diersoort zijn. Gelukkig hebben jullie er toch een paar kunnen zien.
Mss geen buffels maar wèl wilde honden gezien en dat is minstens 10x zo uniek! Die buffels haal je nog wel een keer in; wilde honden niet.
Geniet van al het moois wat Zambia te bieden heeft en neem een grote brok schitterende herinneringen mee naar huis.