De eigenaresse van Kukus Nature Glamping, Nederlands en recent getrouwd met een veel jongere Gambiaan, vertelt openhartig over de spanningen in haar huwelijk en bedrijf. Investeringen, verwachtingen, familieverplichtingen en cultuurverschillen lopen hier door elkaar; wat ze beschrijft klinkt steeds minder als een droom. We luisteren, stellen voorzichtig vragen. Naïviteit kan hier duur uitpakken; wie investeert, draagt het risico. Wij kunnen vertrekken. Zij niet zomaar.
De highway from hell
Kiepwagens vol zand en grind denderen voorbij, taxibusjes snijden de weg af voor passagiers en de grote blauwe Ashok Leyland-bussen rijden alsof fietsers niet bestaan. Zwaaien naar toubab roepende kinderen lukt niet eens meer. Dit is fietsen in survival-modus. We besluiten door te rijden richting Banjul. Dit wordt onze laatste fietsdag.
Vijftien minuten roem
Bij Dabo House hebben ze nog een kamer. Een Zweedse groep is er voor een week Afrikaanse zang, dans en drums; vanavond is de afsluitende voorstelling. Trommels, zang, beweging: alles klopt. Na afloop mag het publiek meedoen. Mette blijft liever aan de kant. Ik niet. Ik word de kring ingetrokken door een professionele Gambiaanse danseres en laat me niet kennen: ritme, tempo, beweging, het is niet voor het eerst dat ik dit doe. Het publiek gaat los, er wordt gelachen en geklapt, en de danseres is zichtbaar onder de indruk. Ze verwachten niet dat een blanke dit tempo aankan.
De echte ster is haar dochtertje van misschien twee jaar oud, die danst alsof ze hier voor is geboren. In Nederland zou zo’n kind amper kunnen lopen. Hier is ze al een podiumbeest.
Meer uit deze serie:
← Logeren tussen eb en vloed
Maria in goud →