De Zwarte Zee-kust van Turkije loopt van de monding van de Bosporus in het westen tot de grens met Georgië in het oosten, over ruim duizend kilometer. Het is geografisch en cultureel de meest aparte regio van het land: groener, natter en minder bereisd dan de beroemde zuidkust. De route die van Istanbul naar het noordoosten voert, doorkruist haar in haar volle lengte.
Een smalle strook tussen berg en zee
Kenmerkend voor de hele regio is dat het gebergte vrijwel direct uit zee oprijst. Tussen de waterlijn en de hoge toppen van het Pontisch gebergte ligt slechts een smalle, sterk versneden kuststrook. Wegen slingeren van baai naar baai of klimmen steile passen op naar het binnenland. Dat maakt de regio mooi om te zien en zwaar om te doorkruisen, zeker op eigen kracht: de combinatie van steile hellingen, drukke kustwegen en weinig vlak terrein is berucht onder fietsers.
Het westelijke deel, vanaf de Bosporus tot ongeveer Amasra, is groen heuvelland met korte stranden, mijnbouw rond Zonguldak en weekendtoerisme uit Istanbul. Verder naar het oosten worden de bergen hoger en het klimaat natter.
Het natte oosten en de theevelden
Het oostelijke deel, rond Trabzon, Rize en het Kaçkar-gebergte, is de natste streek van Turkije. De hellingen vangen de vochtige zeelucht, met als gevolg veel regen, dichte mist en een uitbundige begroeiing. Hier liggen de theevelden die de Turkse theecultuur voeden, oplopend tot hoog tegen de bergen, en daarboven de zomerweiden, de yayla, waar herders het warme seizoen doorbrengen.
Het Kaçkar-gebergte vormt met toppen tot 3.937 meter de hoogste en spectaculairste afsluiting van de regio. Het lijkt met zijn vochtige bossen en bergmeren meer op de Kaukasus dan op het droge Anatolië. Hier eindigt de Zwarte Zee-kust, op nog geen uur rijden van de Georgische grens bij Batumi.
Een eigen wereld
De regio heeft niet alleen een eigen landschap maar ook een eigen karakter. De bevolking geldt als de meest liberale en ontspannen van het land, met een uitgesproken regionale identiteit, eigen gerechten op basis van ansjovis en maïs, en groepen als de Laz met hun eigen taal. Het is het deel van Turkije dat in de zomer juist bezoek trekt vanwege de koelte, terwijl de rest van het land onder de hitte zucht.
Tussen de Bosporus en de Georgische grens rijst de berg overal recht uit zee op, en het is precies die smalle strook tussen water en hoogte die de Zwarte Zee-kust zo mooi en zo zwaar maakt.