Wakker worden in een nieuw land begint met rust. Een lange nacht in een comfortabel bed doet zijn werk. We besluiten de start van de fietsreis een dag uit te stellen. Eerst herstellen, spullen kopen, tassen logisch indelen. Fietsen begint met ordenen.
Windhoek is de hoofdstad van Namibië en telt ruim 400.000 inwoners. De stad ligt op ongeveer 1.650 meter hoogte in het centrale hoogland. Dat zorgt voor drogere lucht en relatief gematigde temperaturen. Politiek, economisch en financieel concentreert het land zich hier. Buiten Windhoek wordt het snel leeg. De stad oogt westers. Brede wegen, veel asfalt, rotondes, grote auto’s. Het straatbeeld doet eerder denken aan een Australische provinciestad dan aan het clichébeeld van Afrika. Shopping malls domineren het centrum. Westerse merken, telecomproviders, sportwinkels, fastfoodketens. Consumptie is hier zichtbaar georganiseerd.
Buiten de mall begint een andere laag. Mensen bieden telefoonhoesjes aan, zonnebrillen, souvenirs. Niet opdringerig, eerder afwachtend. De informele economie vult de ruimte rondom het formele systeem.
Binnen is het maandagmiddag en bomvol.
Geld, pinnen en dubbele valuta
Opvallend is dat er vrijwel geen witte Namibiërs te zien zijn, op een paar toeristen na. Dat beeld corrigeert een Europese verwachting. Hoewel Namibië een Duitse koloniale geschiedenis heeft en later onder Zuid-Afrikaans bestuur viel, is de bevolking overwegend donker. De economische structuren dragen nog sporen van het verleden, maar het straatbeeld laat een ander demografisch beeld zien dan veel reizigers vooraf denken.
Voor de pinautomaten staan rijen van tientallen mensen die zich als een slang door de mall bewegen. Het is de eerste maandag van de maand. Voor veel Namibiërs is dat betaaldag: ambtenarensalarissen, pensioenen en uitkeringen worden rond deze datum gestort. Het geld komt centraal binnen, en een groot deel wordt dezelfde dag opgenomen. Contant geld blijft belangrijk in een land waar formele en informele economie naast elkaar bestaan.
Wij pinnen vandaag niet. Op de luchthaven hebben we al Namibische dollars opgenomen. Daarmee kopen we simkaarten in een kleine winkel, gerund door Pakistaanse ondernemers. Pinnen is hier geen optie; het systeem draait op papier. Daar kun je niet pinnen; Namibië gebruikt twee munteenheden die naast elkaar circuleren: de Namibische dollar (NAD) en de Zuid-Afrikaanse rand (ZAR). Ze zijn één op één gekoppeld. Beide worden geaccepteerd, wat de economische verwevenheid met Zuid-Afrika onderstreept.
De eerste indruk van Windhoek is ordelijk en relatief welvarend. Mensen ogen verzorgd en zelfbewust. Gesprekken ontstaan makkelijk. Engels is de officiële voertaal sinds de onafhankelijkheid in 1990, wat het contact eenvoudig maakt.
Het guesthouse fungeert als de laatste enclave van comfort voordat de route de wildernis in duikt. Het is een verzamelplaats voor overlanders en fietsers die hier hun bevoorrading afronden. ’s Avonds is er een quiz en een braai. De quiz vereist brede algemene kennis die wij niet breed genoeg paraat hebben. De braai is eenvoudiger te begrijpen.
De stad is geconsumeerd, de simkaarten zijn geactiveerd en de tassen zitten vol. Morgen verlaten we de stad. De fietsen staan klaar voor de eerste echte etappe.