Bij de kapper in Kandıra

Published: Updated: 0 comments

Vroeg op, want als we het ontbijt aannemen dat ze ons telkens gul aanbieden, komen we de hele ochtend niet weg. We rijden Ağva uit langs de rivier, waarvan de oever is volgebouwd met hotels en pensions, en volgen een mooie route met veel klimmen en afdalen door kleinschalig landbouwgebied. Hier worden hazelnoten verbouwd, pompoenen, maïs en graan; in de bermen grazen koeien en het werk gaat meestal met de hand. De dorpen met hun fantasieloze betonnen huizen zijn weinig interessant, maar het enthousiasme en de lach van de bewoners maken het fietsen leuk.

Bij een benzinestation worden we uitgenodigd voor de thee. Een zus werkt er, een broer met drie maanden vakantie van zijn ingenieursopleiding helpt mee, en er hangen een klein broertje en een oude man rond. Klanten zijn er niet. De grote broer spreekt goed Engels; voetbal is het gespreksonderwerp, en hij gaat volgend jaar in Rusland studeren. Als afscheid krijgen we allebei een petje van “PET-oil”.

Drie kwartier in de kappersstoel

In Kandıra, na de rustige dorpen, belanden we in een buzz van bedrijvigheid. In een lokantası, het soort eethuis waar je als bij een buffet kiest uit klaargemaakte gerechten, eten we rijst, sperziebonen, witte bonen, gevulde paprika en gebakken aubergine voor vijfentwintig lira. We beginnen te begrijpen waarom de Turkse keuken weleens een van de drie grote keukens wordt genoemd, naast de Franse en de Chinese.

Tegenover het theeterras zit een kapper, en het is tijd voor de kapper. Na bijna een uur wachten krijg ik een behandeling van drie kwartier: tondeuse, knippen, föhnen, borstelen, opnieuw knippen, wassen, scheren, oorharen verwijderen met brandende watten, en een gezicht vol geurend spul. De twee kappers hebben een leerling van een jaar of twaalf die glundert als ik hem een hand geef.

Ik kom eruit als een glimmende, hippe Turk. Dat treft, want we zijn in Turkije.

Nog tien kilometer naar Kefken, langs een kust met veel militairen wier wachtposten net zo enthousiast zwaaien als alle anderen. Kefken is weer zo’n badplaats, met vier campings naast elkaar vol felgekleurde tenten voor Turkse vakantiegangers. Onze eigen tent mag voor vijftien lira op een verlepte camping met vieze toiletten en koude douches. Twee enthousiaste vrouwen die er een winkeltje annex restaurant runnen nodigen ons uit voor de thee, en maken zich zorgen dat we niet komen, tot we ons eerst even toonbaar hebben gemaakt.

We spreken elkaars taal niet, maar het wordt een gezellige avond. We leren een Turkse variant van Rummikub, eindeloos ingewikkeld bij het delen, en krijgen köfte van de barbecue voorgezet met patat, salade, meloen, yoghurt met knoflook en veel brood, tot we afgeladen vol zitten. Er is even discussie of ze ons wel mogen laten betalen; vijfendertig lira inclusief drank lijkt me niet meer dan terecht, jullie moeten ook wat verdienen. We winnen het kaartspel en krijgen als prijs een Cornetto.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie