We verlaten het longhouse en rijden twee uur naar Bintulu, langs een weg waar de jungle aan weerszijden is verdwenen, met zichtbare erosie en een wegdek dat is kapotgereden door de trucks vol stammen. Bintulu is niets meer dan een industriestad voor de houtkap en de olie: offshore staan de installaties, officieel van Petronas, met Shell als partner, al laat zich raden hoe de verhoudingen werkelijk liggen. Vanaf Bintulu neemt een rammelende bus ons mee naar Kuching, 620 kilometer in elf à twaalf uur. De bus trilt, maakt telkens een nieuw geluid en komt de bergen amper op; één keer lijkt het alsof we terugrollen.
Wie een stuk bos wegkapt, moet zelf in het water zitten: zonder bos houdt het land de regen niet meer vast.
Waarom het water komt
Tussen Bintulu en Sibu is het resultaat van de houtkap schokkend zichtbaar. Overal stapels stammen bij de houtbedrijven, en tot aan Sibu is geen jungle meer over; sommige stukken zijn zo kaal dat er alleen een zanderige vlakte rest. Dat het hier overstroomt, is dan geen raadsel: zonder bos verliest het stroomgebied zijn vermogen om water vast te houden, en Sibu ligt midden in de delta, zonder dijken, met huizen van beton die niet op palen staan. Tussen Sibu en Kuching heeft de jungle al plaatsgemaakt voor palmolieplantages en ander bouwland. Van de opbrengst worden extravagante huizen gebouwd, vaak pal naast een afgegraven heuvel of een berg houtafval. Na twaalf uur zijn we terug in Kuching.
In deze serie: Terug door Zuidoost-Azië
- 10. Een Kayan-bruiloft
- 11. Kenyah, Penan en de politiek van Sarawak
- 12. Terug naar de kust langs de kaalkap
- 13. De grootste bloem ter wereld
- 14. Vuurwerk boven de Esplanade
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.