We reizen in acht uur met vijf vervoermiddelen naar Kuala Tahan, de toegang tot Taman Negara, voor zo’n 25 ringgit per persoon; sneller had gekund, maar dan driemaal zo duur. In plaats van de verwachte jungle rijden we eerst lang door palmolieplantages, langs rijen dode, geringde palmen die plaatsmaken voor nieuwe. Maleisië heeft het imago van een groen land, en met 75 procent bos klopt dat op papier, maar het grootste deel daarvan is rubber- en palmolieplantage, waarvoor de oorspronkelijke jungle is gewijkt.
Maleisië heet groen, en is dat ook, maar het groen is grotendeels plantage.
Aan de oever van het park
Kuala Tahan stelt weinig voor: een paar guesthouses en vervallen keten met winkeltjes aan de oever, met aan de overkant van de rivier het park. We delen een vierpersoonskamer met Rinske en Anne in Tahan Guesthouse, een vrolijk gekleurd geheel met een groot bord “Allah is the Greatest”, wat opvalt naast de huisregel dat wij ons aan de islamitische gebruiken moeten aanpassen. We zien onze eerste kolibrie voor een grote bloem, en als Rinske en Anne terugkomen uit het park, zitten Rinskes onderbenen vol bloedzuigers.
In deze serie: Over Land naar Singapore
- 143. Modderkruipers en monitor lizards in de mangroven
- 144. Oud en nieuw bij de Petronas Towers
- 145. Naar het oudste regenwoud, langs de plantages
- 146. Twee dagen door het oudste regenwoud
- 147. De langste canopy walk ter wereld
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.