Nieuw-Zeeland is een land waar vrijwel iedereen een auto heeft, en het vervoerssysteem is daarnaar gebouwd. Er is geen spoornet voor reizigers, het busnet is dun, en tussen veel plaatsen ligt maar één weg. Dat maakt reizen zonder eigen vervoer niet onmogelijk, maar het vraagt wel dat je vooruit plant, want een gemiste verbinding is hier zelden binnen een uur goed te maken.
De oversteek over de Cook Strait
De verbinding tussen het Noordereiland en het Zuidereiland is de enige schakel waar niemand omheen kan. Twee maatschappijen varen tussen Wellington en Picton, Interislander en Bluebridge, met een overtocht van ruim drie uur die begint op open zee en eindigt tussen de groene heuvels van de Queen Charlotte Sound. De boten nemen auto’s, campers, vrachtwagens en fietsen mee. Met een fiets meld je je bij de passagiersterminal en moet je minstens een uur voor vertrek inchecken; in de terminals en aan boord wordt geen contant geld meer aangenomen.
De veerdienst is al jaren onderwerp van politiek gedoe. Het Zuidereiland heeft wel degelijk spoor, van Picton via Christchurch naar Invercargill en dwars over de Alpen naar Greymouth, maar sinds de Aratere in augustus 2025 uit de vaart ging vaart er geen schip meer dat treinwagons kan meenemen. Goederen die per spoor aankomen worden sindsdien in Picton of Wellington overgeladen op vrachtwagens, en de twee nieuwe veerboten die het spoor weer moeten doorverbinden komen pas in 2029. Voor de reiziger betekent dat vooral: boek vooruit in het hoogseizoen, en houd rekening met vertragingen bij harde wind, want dit is een van de ruwste zeestraten ter wereld.
Drie treinen, en dat zijn ze
Wie in Nieuw-Zeeland de trein neemt, neemt geen vervoermiddel maar een excursie. Er rijden drie langeafstandstreinen, alle drie uitgevoerd als panoramaroute met open uitkijkwagon en commentaar via de intercom. De Northern Explorer verbindt Auckland met Wellington in ongeveer elf uur en rijdt drie keer per week in elke richting; rond de jaarwisseling ligt hij enkele weken stil. De TranzAlpine gaat van Christchurch over de Zuidelijke Alpen naar Greymouth en rijdt dagelijks, behalve op eerste kerstdag. De Coastal Pacific volgt de oostkust van Picton naar Christchurch en is seizoensgebonden: hij rijdt van eind april tot eind augustus niet.
Fietsen mogen mee in de bagagewagen, maar alleen vooraf geboekt en tegen een toeslag. Reken er verder op dat de treinreis zelf traag is: de Northern Explorer staat bekend als een van de grote treinreizen van het land, maar het is vooral een lange dag door afwisselend landschap. Een tip die geld scheelt: het tarief dat je vanuit Nederland te zien krijgt kan afwijken van het Nieuw-Zeelandse, dus vergelijk beide voordat je boekt.
Bus en binnenlandse vlucht
Het enige landelijke busnet is dat van InterCity, dat vrijwel elke plaats van enige omvang aandoet en ook de kustroutes rijdt waar geen trein komt. Fietsen gaan mee, maar de laadruimte is beperkt, er geldt een aparte vergoeding, en uiteindelijk beslist de chauffeur of het past. In het hoogseizoen zitten de bussen op populaire trajecten weken van tevoren vol, dus reserveer zowel je stoel als je fiets. Daarnaast rijden er regionale maatschappijen op verbindingen die InterCity laat liggen, zoals de bus over de Takaka Hill naar Golden Bay.
Binnenlands vliegen is in Nieuw-Zeeland minder uitzonderlijk dan de afstanden doen vermoeden. Vanaf regionale vliegvelden als Nelson vertrekt elk uur een propellertoestel naar Auckland of Wellington, en dat is vaak sneller en goedkoper dan de veerboot met een lange rit erachteraan. Fietsen moeten apart geboekt worden; de kartonnen dozen op het vliegveld zijn beperkt in aantal en kleiner dan de meeste mensen verwachten, dus reserveer er meteen een bij aankomst en reken erop dat pedalen, stuur, zadel en beide wielen eraf moeten.
Zelf rijden
Voor wie een auto of camper huurt, gelden twee dingen die de rekening flink kunnen beïnvloeden. Het eerste zijn de eenrichtingstoeslagen: een auto in Auckland ophalen en in Queenstown inleveren kost een aanzienlijk bedrag extra. Het tweede is de Cook Strait. Veel verhuurders laten je het voertuig niet mee aan boord nemen, maar aan weerszijden van de straat omwisselen, wat betekent dat je als voetganger of fietser oversteekt en aan de overkant een nieuwe auto krijgt.
Op de weg zelf is links rijden de eerste gewenning en de smalle bermen de tweede. Doorgaande wegen hebben zelden een vluchtstrook, en op de grindwegen van Otago en de Catlins remmen auto’s op wasbord slechter dan hun bestuurders denken. Het verkeer is buiten de toeristische corridors licht, maar tussen Kerstmis en eind januari trekt half Nieuw-Zeeland met boot en aanhanger naar de meren, en dan is het op sommige routes drukker dan het landschap doet vermoeden.
Wie hier de bus of de trein neemt, kiest zelden voor snelheid, en bijna altijd voor het uitzicht.
Plan je reis
- Overnachten in Nieuw-Zeeland: vergelijk accommodaties ›
- Activiteiten en excursies in Nieuw-Zeeland: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Nieuw-Zeeland
Meer foto’s uit Nieuw-Zeeland ›




Verder in de reisgids Nieuw-Zeeland
Alle gidsartikelen ›Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.