
Wakker worden in de duinen kost geen moeite, wegkomen wel: het eerste werk van de dag is de bepakte fiets door mul zand terugduwen naar het asfalt. Daarna wacht wat ik al voor het opstaan weet: een lange dag zadelpijn en wind van voren.
Vijf kilometer verderop ligt Uch-Adzhi, en de eerste vraag die zich opdringt is waar zo’n dorp midden in het niets van bestaat. Het antwoord ligt ernaast in het zand: de Trans-Kaspische spoorlijn, in de jaren tachtig van de negentiende eeuw door tsaristisch Rusland dwars door deze woestijn gelegd. De dorpen in de Karakum zijn spoorweghaltes en verder niets, wat ze er niet van weerhoudt een keurig bestuursgebouwtje met een groen dak, een vlag en een leeg voorplein te hebben, plus een wit moskeetje met minaret. Ernaast staat een naharhana, een wegrestaurant, en daar stop ik voor mijn tweede ontbijt.
Op een platform met vilten kleden zitten drie vrachtwagenchauffeurs in kleermakerszit om een gouden theepot, met schaaltjes en borden op een bloemetjeskleed. Ik krijg hetzelfde als zij: brood, een gebakken ei, een bordje uien en tomaten, voor een bedrag dat nauwelijks de moeite van het uitrekenen waard is. Er wordt naar me gelachen, en niemand komt binnen om daar een eind aan te maken. Sinds Mary is dat niet meer gebeurd.

Honderddertien kilometer rechtdoor

Dan begint het werk. Ruim honderd kilometer bijna kaarsrecht naar het noordoosten, over twee parallelle stroken slecht asfalt door de Karakum, het zwarte zand dat ongeveer zeventig procent van dit land beslaat. Geen bergen, geen dorpen, geen bocht om naartoe te rijden. Alleen saksaul langs de berm en wind die recht van voren komt.
Op een gegeven moment doe ik mijn oordoppen in, puur om het gebeuk van die wind uit mijn hoofd te krijgen. Het scheelt meer dan het zou moeten: zonder dat geluid gaat het trappen meteen lichter. Voor de rest tel ik af, kilometer voor kilometer, want iets anders om me aan vast te houden is er niet. Mijn zitvlak is inmiddels rauw en elke kuil telt dubbel. Dit is de vierde dag op rij tegen de wind in, bij ruim veertig graden, en het is ook de dag waarop ik mezelf hardop hoor vragen waar ik dit aan verdiend heb. Waarna de enige eerlijke conclusie volgt, namelijk dat ik hier vrijwillig ben.
Van de schrik om de nepagenten van gisteren is weinig over, maar er is iets voor in de plaats gekomen dat de rest van het land bepaalt. Ik kijk anders om me heen.
Turkmenistan is Iran niet; als ik hier vast kom te zitten, heb ik een probleem.
Er is nauwelijks verkeer, alleen vrachtwagens, en ook die met tussenpozen. Water haal ik bij de pompstations en de eenvoudige eethuizen die af en toe langs de route opdoemen. Eén ding maakt de dag goed. Op een stuk van de route liggen de duinen zo dat ik ervan sta te kijken: golvend, geribbeld, met hier en daar een grijsgroene struik in de luwte van een kam. De rest van deze woestijn vind ik volstrekt oninteressant, maar dat stuk blijft hangen. Als ik genoeg heb gehad, kies ik simpelweg een paar duinen uit die me bevallen en rijd het zand op. Pasta met tonijn, aangevuld met wat de wegrestaurants te bieden hadden. Ik heb bewust zo ver mogelijk doorgereden, want morgen moet ik het land uit en hoe lang de grens gaat duren weet niemand.
Schotels op de laatste stad

De laatste ochtend is er een van spanning en tevredenheid tegelijk. De grens moet nog, maar de oversteek zelf ga ik halen: vijf dagen woestijn in de vijf dagen die ik ervoor kreeg.
Turkmenabat is een nette stad met opnieuw de marmeren staatsgebouwen, en op het spoordepot staat een gouden presidentsbeeld onder een boog. Maar wat me hier verbaast zijn de flats. Die hangen vol met schotelantennes, terwijl ik ze de hele oversteek nergens ben tegengekomen omdat ze verboden zijn: geen schotel, geen zicht op de buitenwereld. Aan de rand van het land wordt de regel blijkbaar het minst gehandhaafd. Ik vind het bovendien een mooi gezicht, al dat aluminium op die grauwe gevels. En het valt samen met iets anders: de mensen zijn hier opener. Ik praat meer dan in de dagen ervoor en eet in een lunchbar waar ze vriendelijk en nieuwsgierig zijn. Voor het eerst voelt een Turkmeense stad niet als iets om snel doorheen te komen.
Buiten de stad steek ik de Amu Darya over en dat is voor mij het moment van de dag. Dit is de Oxus uit de oude verhalen, een van de grote rivieren van Centraal-Azië, die uit de Pamir komt en ooit de Aralzee voedde. Zijn water wordt zo ver afgetapt voor de katoenvelden dat er van die zee weinig over is. Hier stroomt hij nog.

Het uitreizen is een formaliteit. Mijn bagage blijft dit keer dicht. Aan de Oezbeekse kant kijken ze naar het visum dat ik al thuis had geregeld, en naar mijn gezondheid, die goed wordt bevonden. Dat laatste oordeel houdt het geen halve dag vol. Waar het misgaat, is bij het geld. Ik heb meer manat over dan ik had verwacht, want alles bleek spotgoedkoop, en dat moet weg voor ik het land uit ben. Nu ben ik degene die in de wisseltruc trapt: twee koersen naast elkaar, de officiële en die van de straat, en dan ook nog de sprong terug naar dollars, met een moe hoofd en een paar mannen die om je heen dringen. Pas als het gebeurd is reken ik het na. Het voordeel dat ik bij binnenkomst had, ben ik in één transactie kwijt, en zo blijkt Turkmenistan achteraf een duur land.
Kort voor de grens heb ik een Belg met een groene overlandtruck ontmoet, en aan de overkant zet hij in zijn cabine koffie voor ons. Ik zie het bezinksel in het water staan en ik zie dat het niet gekookt is.
Toch drink ik het, omdat ik niet moeilijk wil doen.
In Alat, de eerste oase van Oezbekistan, vier ik het einde van Turkmenistan met een koud biertje. Voor een winkeltje zitten twee vrouwen op de stoep die breeduit naar me lachen, gouden tanden en al. Vijf dagen ben ik genegeerd, gevolgd en beboet, en honderd meter over de grens is het weer gezellig.

Lang duurt dat niet. Of het het biertje is of de koffie zal ik nooit weten, al heb ik mijn vermoeden, maar in de hitte word ik razendsnel ziek. Zonder simkaart kan ik geen hotel opzoeken, dus vraag ik het op straat en beland ik in iets wat een overheids- of legerhotel moet zijn, waar ze me met verbazing maar zonder bezwaar een kamer geven. De registratie duurt eindeloos en mijn lichaam heeft daar geen geduld voor. Als het even luwt moet ik alsnog de weg op, vijf kilometer terug naar het vorige plaatsje, omdat ik geen water heb en niets te eten. De grens waar ik vijf dagen naartoe heb geploeterd ligt nu twintig kilometer achter me, en ik breng de eerste nacht erachter door met een fles water naast het bed.
Praktische informatie
De Karakum-etappe: tussen Mary en Turkmenabat ligt ruim 250 kilometer met vrijwel niets ertussen. Uch-Adzhi is het enige dorp van betekenis op het eerste deel. Reken op tegenwind uit het noordoosten en op wegdek dat varieert van redelijk asfalt tot opgebroken brokken. Water haal je bij de pompstations en de naharhana’s langs de M37; draag genoeg om een gat van tachtig kilometer te overbruggen.
Kamperen: het zand langs de weg is vrijwel overal begaanbaar genoeg om een eind van het asfalt af te komen. De saksaul geeft geen schaduw maar wel luwte. De spoorlijn loopt parallel aan de weg, dus reken op treinen in de nacht.
Turkmenabat: de laatste stad voor de grens, aan de Amu Darya, en de plek waar het contact met mensen aanmerkelijk soepeler ging dan in de rest van het land. Goede plek voor een laatste maaltijd en om je manat op te maken.
Grens Farap naar Alat: het uitreizen ging vlot en zonder bagagecontrole. Aan de Oezbeekse kant een visumcontrole en een gezondheidscheck. Reken op ruim een uur voor het geheel.
Geld: maak je manat op vóór de grens. Buiten Turkmenistan is het waardeloos, en wisselen bij de grens gebeurt tegen een koers die je in het nadeel is, zeker met drie mannen om je heen. Wat je bij binnenkomst wint op de straatkoers, verlies je hier weer.
Water en ziekte: ik heb koffie gedronken die met ongekookt, zichtbaar troebel water was gezet, en was binnen enkele uren goed ziek. Sla dat aanbod af, hoe onbeleefd het ook voelt.
Plan je reis
- Overnachten in Turkmenistan: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Turkmenistan: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in en rond Türkmenabat, Turkmenistan: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Turkmenistan ›




Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Turkmenistan ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Turkmenistan ›
Turkmenistan | Beeldverhaal15 juni 2018
Turkmenistan | Big Brother7 juni 2018
De grens uit, en de anticlimax4 juni 2018Plan je eigen reis door Turkmenistan
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.