Home AziëTurkmenistanDe Karakum en het water dat er niet is

De Karakum en het water dat er niet is

by Jeroen Kleiberg
Kaarsrecht irrigatiekanaal door de woestijn met aan beide oevers een rij populieren en een groene strook gras
Kaarsrecht irrigatiekanaal door de woestijn met aan beide oevers een rij populieren en een groene strook grasAlle foto’s uit Turkmenistan ›

De Karakum beslaat ongeveer 350.000 vierkante kilometer, ruwweg zeventig procent van Turkmenistan. De naam betekent zwart zand, naar het donkere, leisteenrijke materiaal onder het oppervlak. Het is geen duinenzee zoals de Sahara maar een uitgestrekte vlakte met lage ruggen, verhard zand en kilometers lage struik, waar zeventig tot honderdvijftig millimeter regen per jaar valt. Ter vergelijking: in Nederland is dat ruim achthonderd.

Heeft deze gids je geholpen? Een kleine bijdrage houdt hem actueel.





Op deze pagina

Wie erdoorheen reist, ziet dat de bewoning zich aan drie dingen vastklampt: de rivieren, de spoorlijn en het kanaal. Daarbuiten is er niets, en dat is geen manier van spreken.

Rivieren die nergens uitkomen

Turkmenistan heeft geen enkele rivier die op eigen kracht in het land ontspringt. De drie die ertoe doen, komen alle drie van elders. De Amu Darya, de Oxus uit de klassieke aardrijkskunde, ontstaat in de Pamir en legt 2.400 kilometer af langs Afghanistan, Tadzjikistan en Oezbekistan voordat hij de Turkmeense oostgrens raakt. De Murghab en de Tejen, die in Afghanistan en Iran Hari Rud heet, komen uit de bergen van Afghanistan.

Het bijzondere aan die laatste twee is dat ze nergens uitkomen. Ze stromen de woestijn in en houden daar op te bestaan: verdampt, verzonken, opgemaakt door irrigatie. De oase van Merv bestaat omdat de Murghab er zijn laatste water afgeeft, en de strook groen langs de Tejen is precies zo breed als de kanalen reiken. Twintig meter verderop begint de halfwoestijn.

Het kanaal dat een zee leegdronk

De grootste ingreep in dat systeem begon in 1954 met de aanleg van het Karakum-kanaal. Het tapt water af uit de Amu Darya en voert het dwars door de woestijn naar het westen, langs Mary en Tejen naar Asjchabad en uiteindelijk richting de Kaspische kust. In fasen uitgebreid tot in de jaren tachtig werd het ruim dertienhonderd kilometer lang, waarmee het tot de langste irrigatiekanalen ter wereld hoort. Het voert ongeveer dertien kubieke kilometer water per jaar en is de reden dat Asjchabad drinkwater heeft en dat er katoen groeit waar dat niet hoort.

Het kanaal is over grote afstand onverhard, wat betekent dat een aanzienlijk deel van het water nooit op een akker aankomt: het verdampt in de zon of zakt de bodem in. Schattingen van dat verlies lopen van ruim dertig procent tot meer dan de helft, en de gevolgen zijn zichtbaar in verzilting van de grond eromheen.

Wat het kanaal onttrekt, komt niet meer in de Aralzee terecht. Samen met de Oezbeekse irrigatie voor katoen heeft dat geleid tot een van de grootste door mensen veroorzaakte milieurampen van de twintigste eeuw. De Aralzee is sinds 1960 ongeveer vertienvoudigd gekrompen; de oostelijke lob viel in 2014 vrijwel volledig droog en veranderde in een zoutwoestijn, de Aralkum. Alleen in het noorden, waar Kazachstan in 2005 een dam bouwde, is een deel hersteld.

Er is in Turkmenistan geen druppel water die niet ergens is toegewezen, verdeeld of aan een gewas beloofd.

Een meer dat er niet kwam

Het antwoord van de staat op verzilting was een tweede megaproject: het Altyn Asyr-meer, het meer van de Gouden Eeuw. Het idee was om het zoute drainagewater van de katoenvelden via honderden kilometers verzamelkanalen af te voeren naar de Karashor-depressie in het noordwesten, en daar een kunstmatig meer van tweeduizend vierkante kilometer te laten ontstaan. Vullen zou vijftien jaar duren en miljarden kosten.

Het project is stil gevallen. Sinds 2019 noemen de staatsmedia het niet meer, en satellietbeelden tonen een grotendeels droog bekken. Wat er wel ligt, zijn de verzamelkanalen, waarvan er één de historische bedding van de Uzboy volgt, een rivier die ooit water van de Amu Darya naar de Kaspische Zee bracht en al eeuwen droog staat.

De plant die dit landschap bij elkaar houdt, is de saksaul, een knoestig woestijnstruikje met een wortelstelsel dat tot het grondwater reikt. Saksaul legt het zand vast en wordt aangeplant tegen verstuiving. Het is vaak het enige groen dat je kilometers lang ziet.

Praktische informatie

Klimaat: de zomer is extreem. In Asjchabad haalt het kwik op de heetste dagen 44 tot 45 graden, met een record van 47,2 graden in juni 2015; in de woestijn is vijftig graden gemeten. ’s Winters kan het in de Karakum tot ver onder nul zakken.

Beste reistijd: april tot juni en september tot begin november. April en oktober zijn het aangenaamst.

Water onderweg: neem in de woestijn meer mee dan je denkt nodig te hebben. De afstanden tussen pompstations en wegrestaurants langs de doorgaande weg lopen op tot tientallen kilometers, en kraanwater is niet drinkbaar.

De Darvaza-krater: de brandende gaskrater in de Karakum, ongeveer vier uur rijden ten noorden van Asjchabad, is jarenlang de bekendste bezienswaardigheid van het land geweest. Sinds 2022 werkt de overheid aan het doven van het vuur, en dat lukt gedeeltelijk: de vuuractiviteit is sinds 2022 ongeveer verdrievoudigd afgenomen en er zijn nog slechts kleine vuurhaarden over. Wie het klassieke beeld van een vuurzee verwacht, komt bedrogen uit. Pijnlijk genoeg betekent minder vuur meer methaan in de lucht, niet minder.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit Turkmenistan

Meer foto’s uit Turkmenistan ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie