Home AziëTurkmenistanEen rechte lijn door de Karakum

Een rechte lijn door de Karakum

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Golvende, geribbelde zandduinen met grijsgroene struiken in de Karakum-woestijn
Golvende, geribbelde zandduinen met grijsgroene struiken in de Karakum-woestijnAlle foto’s uit Turkmenistan ›

Ik heb lang en diep geslapen in mijn kamp tussen de duinen. Vandaag wacht opnieuw een lange dag vol zadelpijn en tegenwind, dat weet ik al voor ik mijn ogen open, maar met verse energie stap ik toch weer op de fiets. Het mulle zand terug naar de weg duwen is het eerste karwei van de dag.

Drie vrachtwagenchauffeurs ontbijten in kleermakerszit rond een theepot bij een wegrestaurant in Uch-Adzhi

Een dorp in het niets

Bij Uch-Adzhi doemt een dorp op, en de vraag dringt zich meteen op: wat doet het hier eigenlijk, waar leeft het van, midden in deze leegte? Er staat zelfs een cultureel centrum, een keurig bestuursgebouwtje met een groen dak, een vlag en een leeg voorplein, en verderop een wit moskeetje met minaret. Ernaast zit een wegrestaurant, een naharhana. Daar stop ik voor mijn tweede ontbijt.

Op een met vilten kleden belegd platform zitten drie vrachtwagenchauffeurs in kleermakerszit rond een gouden theepot, met schaaltjes en borden op een bloemetjeskleed. Ze eten hier hun ontbijt, en ik schuif aan met hetzelfde: brood met een gebakken ei en een bordje uien en tomaten. Wat het kost weet ik niet precies, veel kan het niet zijn. Voor het eerst sinds Mary lachen er mensen naar me zonder dat er meteen iemand opduikt om er een eind aan te maken.

Kaarsrechte weg door de Karakum die in de nevel verdwijnt

Oordoppen tegen de wind

Dan begint het echte werk: honderddertien kilometer, bijna een kaarsrechte lijn naar het noordoosten. Twee parallelle stroken slecht asfalt lopen door de Karakum, het zwarte zand, en verder is er niets. Geen bergen, geen dorpen, geen afleiding, alleen de saksaul langs de kant en de wind die recht van voren komt.

Ik doe mijn oordoppen in om het geraas en het gebeuk van die tegenwind uit mijn hoofd te filteren. Het helpt: zonder dat geluid voelt het trappen meteen lichter. Verder tel ik kilometers af, één voor één, want iets anders om me aan vast te houden is er niet. Mijn zitvlak is inmiddels rauw gestuiterd, en elke kuil in het asfalt maakt het erger.

Van de nep-agenten van gisteren is de schrik verdwenen, maar er is iets voor in de plaats gekomen. Ik ben scherper, waakzamer.

Turkmenistan is Iran niet; als ik hier vast kom te zitten, heb ik een probleem.

Onderweg kom ik alleen vrachtwagens tegen, en ook die zijn schaars. Verder ben ik alleen met de weg en de hitte. Bij de pompstations en de eenvoudige wegrestaurants die af en toe langs de route opduiken koop ik water; ik wil vandaag zo ver mogelijk komen.

Eén ding maakt deze dag goed. Op een stuk van de route liggen de zandduinen zo mooi, golvend en geribbeld, met hier en daar een grijsgroene struik in de luwte van een kam, dat ik ervan sta te kijken. Voor de rest vind ik deze woestijn volstrekt oninteressant, maar die duinen blijven hangen. Als het genoeg is geweest, zoek ik simpelweg een paar duinen uit die ik mooi vind en rijd het zand op. Een plek vinden is hier het minste probleem. Ik zet mijn tent op en kook wat ik heb: pasta met tonijn, aangevuld met wat ik in de wegrestaurants heb kunnen vinden. Nog één dag, dan ben ik het land uit.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Foto’s uit Turkmenistan

Meer foto’s uit Turkmenistan ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie