Home AziëTurkmenistanDe marmerstad Mary

De marmerstad Mary

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Vrouwen in lange geborduurde koynek langs de weg in de marmerstad Mary, Turkmenistan
Vrouwen in lange geborduurde koynek langs de weg in de marmerstad Mary, TurkmenistanAlle foto’s uit Turkmenistan ›

Ik zit met mijn koffie en havermout voor de tent als er een kudde schapen langstrekt, twee herders erachteraan. Ze kijken nauwelijks op. Een eind terug langs het weggetje heb ik gisteravond bewoning gezien, dus zo afgelegen is deze plek niet, en toch had ik verwacht dat een blonde vreemdeling met een tent tussen hun schapen enige verbazing zou wekken. Niets daarvan. Ze knikken en lopen door. Het is de eerste keer vandaag dat ik word genegeerd, en het zal niet de laatste zijn.

Bepakte reisfiets op de opgebroken weg tussen Sarakhs en Mary in Turkmenistan

Zadelpijn en een half opgeblazen kussen

De weg is beroerd. Opgebroken asfalt, zand, gaten, precies het soort ondergrond waar mijn zitvlak na gisteren niet op zit te wachten. Op een gegeven moment haal ik mijn hoofdkussen tevoorschijn, blaas het half op en probeer daarop te fietsen. Het helpt maar matig. Pas na Khauz-Khan kom ik weer op verhard wegdek en gaat het rijden een stuk aangenamer. In het dorp doe ik boodschappen bij een klein winkeltje. Ik heb genoeg contanten, en met de koers die ik gisteren aan de grens heb gekregen is alles hier spotgoedkoop.

Langs de weg staan mensen op de akkers en in de plantages te werken. Jongeren worden in de open laadbakken van vrachtwagens aangevoerd, alsof er een vorm van verplichte dienst wordt verricht. Zij zijn de enigen die wél zwaaien. Verder is iedereen gereserveerd en weinig vrolijk, alsof mijn aanwezigheid iets is waar je maar beter niet te veel aandacht aan besteedt. Het is heet, en ik denk de laatste kilometers vooral aan een kamer met airco.

Mary van boven: witte marmeren gebouwen, een blauwe koepel en de minaretten van de grote moskee

Genegeerd in de marmerstad

Mary maakt na twee dagen leegte een merkwaardige indruk. De stad heeft twee gezichten: aan de ene kant vervallen Sovjettroep, aan de andere kant spierwitte marmeren nieuwbouw, protserig en monumentaal. Op een plein staat het streekmuseum, een marmeren paleis met spitsboogramen en standbeelden, en ervoor een manshoge beschilderde kruik die water lijkt uit te gieten in een bloembak met tulpen. Aan de rand van de stad passeer ik het Ak-Öýi, het culturele centrum: een gigantisch gebouw in de vorm van een joert, wit metaal met een blauw ruitpatroon.

Overal hangen billboards en portretten van de president. De persoonsverheerlijking is hier geen achtergrondruis maar een deel van het straatbeeld, en ik maak me niet druk om het al dan niet openlijk fotograferen ervan. Wat me meer bezighoudt is hoe de mensen op straat op mij reageren, namelijk niet. Niemand kijkt raar op, niemand spreekt me aan.

Niemand doet alsof het vreemd is dat ik hier ben; ik word gewoon genegeerd.

Mijn simkaart moet worden opgewaardeerd, en daarvoor ga ik naar de Turkmeense telecomwinkel. Ze weten daar niet goed wat ze met me aan moeten. Ik vermoed dat ik als toerist helemaal geen geldige kaart heb, dat er ergens in hun systeem een foutmelding oplicht, maar door net te doen alsof het de normaalste zaak van de wereld is krijg ik mijn tegoed toch opgehoogd. In een supermarkt lukt het contact beter. Tussen de muren, uit het zicht, maak ik zelfs een paar praatjes. Tot er iemand binnenkomt en de stemming in één klap dooft. Als ik daarna aan de winkelbediende vraag of ik een foto mag maken, mag dat ineens niet meer.

Via Google Maps heb ik bij het station een hotel gevonden, het Sanjar. Twee mannen helpen me de ingang te vinden, en daarna kost het moeite iemand op te sporen die voor receptionist kan doorgaan en me een kamer laat zien. Die ene blik is genoeg. Het is een monument van vergane glorie, sinds de jaren zestig niet meer aangeraakt: pleisterwerk dat van de muren komt, lekkages met water op de grond, een douche die het niet doet, een wc die er sinds mensenheugenis niet is schoongemaakt, een toiletdeur die niet sluit, en voor buitenlanders een prijs van zevenentwintig dollar, zo’n drieëntwintig euro, voor een kamer die er nog geen vijf waard is. Ik wil er onmiddellijk weer weg. Gelukkig ligt er een ander adres om de hoek, het Margush. Een wereld van verschil: een goede, comfortabele kamer, met airco. Wat ik ervoor betaal weet ik niet precies, maar met mijn stapel manat valt het reuze mee.

Kramen met popcorn en suikerspin in het pretpark van Mary, vrouwen in lange geborduurde jurken ervoor

’s Avonds loop ik nog naar een pleintje met een klein pretpark. Ik ga zelfs het reuzenrad in en fotografeer de stad van boven: witte paleizen, gouden en blauwe koepels, de minaretten van de grote moskee erachter. Beneden staan kramen met popcorn, ijs en roze suikerspin, alles voor een schijntje. Hier trekken de mensen zich niet zo veel aan van mijn camera. Het levendigst zijn de vrouwen, in hun lange geborduurde koynek, die me het idee begint te geven dat het dragen ervan misschien niet helemaal vrijwillig is. Drie van hen staan te lachen bij een kraam, popcorn in de hand, en heel even is dit kleurloze land een en al kleur. De avond sluit ik af op het terras van mijn hotel, met eten en een paar biertjes.

Bezoekers bij het kassahokje van het pretpark in Mary, Turkmenistan
Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Foto’s uit dit verhaal

Meer foto’s uit Turkmenistan ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie