
Ik heb vijf dagen de tijd om de ruim 550 kilometer door Turkmenistan naar Oezbekistan te overbruggen. Dit is de geldigheid van mijn visum die ik na veel moeite uiteindelijk in Mashhad heb weten te krijgen. Ik moet me aan de route houden die ik bij mijn visumaanvraag heb moeten opgeven. Van mijn aanvankelijke optimisme is weinig meer over als ik mij voor de vierde aaneengesloten dag tegen de wind in worstel, met temperaturen ver boven de 40 graden. Mijn zitvlak is schraal en beurs door het gestuiter door de vele gaten en kuilen in het verre van gladde wegdek.
Thuis leek het vlakke Turkmenistan nog een gemakkelijke etappe te worden. De werkelijkheid is anders. Het ontbreken van bergen wordt ruimschoots gecompenseerd door de niet aflatende wind. In mijn hoofd malen allerlei gedachten als, waar ik dit aan heb verdiend? Waarom mag ik niet genieten van de enige vijf dagen die ik ooit in Turkmenistan zal doorbrengen? Ik begin spijt te krijgen van de heiligschennis die ik in Mashhad heb gepleegd door als niet-moslim het heilige der heiligen in het Imam Reza-heiligdom te betreden.

Persoonsverheerlijking
Met voldoende spirituele bagage om de woestijn van Turkmenistan door te komen, meld ik mij bij de grens waar ik vriendelijk word ontvangen. Na een medisch onderzoek (wat bestaat uit de vraag of ik me goed voel), een hele hoop geschuif met papieren, heel veel wachten, het afnemen van een interview, het in detail doornemen van mijn reisplan en een grondig onderzoek van al mijn bagage, word ik bijna drie uur later toegelaten tot het meest ondoordringbare land van Centraal-Azië. Ik ben in Turkmenistan.
Dat reisplan is geen formaliteit. Bij de aanvraag heb ik per dag moeten opgeven welke route ik rijd en waar ik slaap, inclusief de grens waar ik het land in kom en de grens waar ik eruit ga, en daar mag ik niet van afwijken. Omdat wildkamperen officieel niet mag, heb ik dorpen langs de weg opgeschreven waar ik helemaal niet van plan ben te stoppen. Op papier slaap ik de eerste nacht in Tedzhen. In werkelijkheid lig ik dan in mijn tentje naast de weg. De bagagecontrole is grondiger dan het reisplan: tas voor tas, tasje voor tasje, alles eruit, bekeken en weer erin.
Het eerste wat me achter de slagboom overkomt, is een aanbod om geld te wisselen. Wat de mannen tussen de vrachtwagens bieden is een veelvoud van de officiële koers van de manat, en dat verschil tussen de staatskoers en de straatkoers is waar de hele Turkmeense economie op scheef staat. Ik wissel tweehonderd dollar, zo’n honderdzeventig euro, en krijg er zo’n stapel voor terug dat ze er zelf ook in verdwalen: een kwartier later komen ze me achterna omdat er een nul te veel is uitgeteld. Wat ik overhou is nog steeds een dikke bundel, en het duurt een paar dagen voor ik doorheb hoe ver ik daarmee kom: op deze koers kost het land bijna niets.
de president heeft een nationale feestdag uitgevonden voor zowel het tapijt als de meloen
Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is Turkmenistan als zelfstandig land verdergegaan. Waar andere ex-Sovjetrepublieken voorzichtig richting hervormingen bewogen, sloeg Turkmenistan een eigen en vooral gesloten koers in. De absolute macht kwam te liggen bij president Saparmurat Niyazov, die zichzelf omdoopte tot Türkmenbaşy, ‘leider der Turkmenen’. Wat volgde, was een persoonlijkheidscultus die zijn weerga niet kent.

De persoonsverheerlijking nam bizarre vormen aan. Overal in het land verschenen standbeelden van de president en zijn familieleden. De stad Krasnovodsk aan de Kaspische Zee werd hernoemd tot Türkmenbaşy. Vliegvelden, scholen, een meteoriet en zelfs een maand droegen zijn naam. Nieuwe nationale feestdagen werden ingevoerd, onder meer ter ere van het tapijt en de meloen. Donkere auto’s waren verboden, want die zouden neerslachtig maken volgens de president. Alles moest wit glanzen. Inclusief de marmeren regeringsgebouwen die later de hoofdstad Ashgabat zouden vullen.
Marmer en militaire discipline
De opvolger van Türkmenbaşy, een voormalig tandarts met een zwak voor paardenraces en rapvideo’s, doet het iets rustiger aan, maar echt normaal kun je het hier nog steeds niet noemen. De steden staan vol met witmarmeren kolossen van gebouwen, met een nooit ontbrekend portret of gouden standbeeld van de president die zijn bevolking waakzaam bekijkt. De politiemacht is alomtegenwoordig, en nog groter is het aantal stillen dat plotseling naast me staat als ik een praatje met iemand probeer te maken of een foto wil nemen. Dat ik hier zo vrij rondloop lijkt men maar ongemakkelijk te vinden.
Het begint al in Serakhs, meteen achter de grens, een dorre en lege plaats waar de woestijn zowat in de straten staat. Daar verrijst spierwit boven een verlaten plein een marmeren cultuurpaleis, met gouden letters, het staatswapen en de vlag, gebouwd alsof er dagelijks duizend mensen naar binnen gaan. Elk district krijgt er zo een, ook een district waar niemand op straat loopt. Het is het patroon van het hele land in één gebouw: de staat bouwt zichzelf, de rest verweert.

Internet is zeldzaam en zwaar gecensureerd. Websites als Google, Facebook en Wikipedia zijn geblokkeerd. Het verkrijgen van een SIM-kaart is een hele uitdaging en lukt alleen met de hulp van een paar lokale jongens die nog wel een kaartje hebben liggen. Dit brengt ze bijna in grote problemen als er plotseling politie binnenkomt. Het is me direct duidelijk dat we met iets illegaals bezig zijn. Gelukkig heb ik de tegenwoordigheid van geest er met een leugen van af te komen.
ik word beboet wegens het praten met een jongen die langs de weg onkruid aan het wieden is
Turkmenistan is een gek land. De straten worden stofvrij gehouden door ploegen vrouwen in felgekleurde jurken, gewapend met bezems en emmers. De plantsoenen en bermen staan vol bloemen die verzorgd worden door ouderen. Op de akkers zie ik mannen en vrouwen met schoffels in de weer, jongeren worden in pick-ups aangevoerd voor het zware werk. De maatschappelijke dienstplicht lijkt hier letterlijk door het stof te gaan. Contact maken lukt maar moeizaam en is niet zonder risico. Dat ik op moet passen met het stellen van vragen ondervind ik iets later: ik word beboet wegens het praten met een jongen die langs de weg onkruid aan het wieden is.

Een fietsfeest zonder publiek
Na een overnachting in een hotel word ik ’s ochtends om 5.30 uur gewekt door luide muziek ter ere van de Turkmeense natie. Duizenden fietsers op identieke groene fietsen in bijna identieke trainingspakken passeren mijn hotel. Naast mijn hotel is er vlagvertoon en wordt er synchroon gedanst. Het lijkt Noord-Korea wel. De uitgang van mijn hotel wordt geblokkeerd door een politieagent, de achteruitgang is men echter vergeten. Foto’s maken is strikt verboden, maar lukt me toch. Ik kom erachter dat dit de repetitie is voor ‘World Bicycle Day’ dat de dag erna plaatsvindt. Een serieuze aangelegenheid in Turkmenistan, ook al fietst er hier buiten de hoofdstad nooit iemand vrijwillig.
De overheid promoot sportevenementen als symbool van nationale eenheid en vitaliteit, mits strak geregisseerd, gecontroleerd en volledig in lijn met het staatsbeeld. Het resultaat: een perfect gechoreografeerd fietsevenement, zonder publiek. Wat me het sterkst bijblijft, komt pas als ik de stad uit rijd. Kolonnes fietsers in dezelfde trainingspakken op dezelfde groene fietsen keren huiswaarts na de repetitie, en ik kom ze tot ver voorbij Mary tegen. Ze zijn van heinde en verre aangevoerd voor een feest waar niemand naar heeft staan kijken.
Het paspoort in de verkeerde hand
De akkers waar die ploegen schoffelen staan vol katoen, ak altyn of wit goud, de belangrijkste staatsindustrie van het land, en de staat onderhoudt en oogst het met de hand. Ertussendoor liggen bij Bayramaly de lemen wallen van het oude Merv, ooit een van de grootste steden ter wereld aan de Zijderoute, in 1221 door de Mongolen verwoest. Vanaf de weg is het een lange, uitgesleten aardwal. Ik heb er geen tijd voor en na alle ruïnes in Iran ook de zin niet, en pas veel later lees ik hoe bijzonder het is.
Het is niet de politie die me daar de meeste last bezorgt, maar een gewone auto zonder enig kenteken van gezag. Twee mannen willen mijn paspoort zien en ik geef het, wat de fout van de hele reis blijkt. Ik heb een probleem, zeggen ze, en ik moet betalen. Om dat te onderstrepen rijden ze een stuk door, met mijn paspoort in de hand van de bijrijder.
als ik mijn paspoort kwijtraak, heb ik een serieus probleem
Achter die auto aan hollen was het enige wat in me opkwam. Een biljet van tien dollar naar binnen wapperen ook, en in de verwarring die dat oplevert grijp ik mijn paspoort terug. Ze zijn te verbouwereerd om er iets van te vinden. Het loopt goed af, maar de les is duur betaald: geef je paspoort nooit uit handen, daar heb je kopieën voor. Ik vermoed dat de aanleiding niet meer was dan het praatje dat ik even daarvoor met een jongen met drie kamelen stond te maken.
Het is hier saai
Buiten al deze eigenaardigheden is Turkmenistan misschien wel het saaiste land waar ik ooit ben geweest. Landschappelijk is er echt niets te beleven. Het is vlak, dor, kaal en vreselijk eentonig. De wind heeft er vrij spel, en dat zul je als fietser merken ook. Geen bergen, geen rivieren, geen bossen. Slechts een eindeloze vlakte waar je je afvraagt of het nog erger kan.
En ja, dat kan. De Karakum-woestijn bijvoorbeeld. Zwart zand, witgrijze lucht, een weg die niet zozeer slingert als wel langzaam uiteenvalt. Grote gaten, opstaande randen, stukken gravel of gewoon niets: als ik geluk heb, rijd ik op asfalt, als ik pech heb op wat ooit asfalt is geweest. Mijn fiets kraakt, mijn zitvlak protesteert, en mijn tempo ligt lager dan het moreel van een gestrande dromedaris. En dat alles bij temperaturen die ruim boven de 40 graden uitkomen. Schaduw is er niet. Alleen ik, de hitte, de wind en de weg. Maar ik moet niet vergeten: ik ben hier vrijwillig. Morgen weer verder. Tegen de wind in, uiteraard.
Toch zijn er ook mooie momenten. Als de zon zakt, verandert de woestijn ineens van kleur. Het grauwe bruin wordt goud, het zwartzand krijgt contouren. Dan verlaat ik de weg en duw mijn fiets een stuk door het zand tot ik bij de spoorlijn kom. Langs het spoor liggen stroken duinen die als vanzelf uitnodigen om mijn tent op te zetten. Na een dag hard fietsen is een afsluitende zonsondergang de beloning waar ik het voor doe. Net als mijn pasta met tonijn, waar ik elke dag weer van geniet, hoe eenvoudig het ook is. De stilte is totaal, totdat er een trein komt.
Eerst is er alleen een trilling in de grond, dan een verre brom, alsof de aarde even gromt. Vervolgens duikt er een koplamp op aan de horizon. Eén licht, langzaam groter. Dan het ritme van metalen wielen, het ratelen van eindeloze wagons. Soms zie ik het silhouet van de machinist, soms groet hij met een fluitsignaal. In het donker steek ik mijn hand op. Ik stel me voor wat er in de wagons zit: katoen, aardgas, tapijten of lege dozen met het gezicht van de president erop.
Waar het pantser brak
Twee keer in vijf dagen gebeurt er iets anders, en allebei de keren is het in een wegrestaurant. In Uch-Adzhi, een dorp dat er alleen is omdat de spoorlijn er langskomt, schuif ik aan bij drie vrachtwagenchauffeurs rond een gouden theepot, en daar lacht voor het eerst iemand naar me zonder dat er meteen iemand opduikt om er een eind aan te maken. Bij Ravnina zit ik de heetste uren uit bij een vrouw die het bijzonder vindt dat ik er ben, en van wie de kinderen zo nieuwsgierig zijn dat er via hen iets van contact ontstaat.
Een portret mag ik van haar maken, maar de gordijnen gaan dicht en ik moet beloven dat de foto nooit op internet komt. Dat is dit land in één afspraak: gastvrijheid die alleen achter gesloten gordijnen kan.
De laatste stad
Turkmenabat, de laatste stad voor de grens, levert het beeld dat me van het hele land het langst is bijgebleven. Schotelantennes zijn hier verboden, want geen schotel betekent geen zicht op de buitenwereld, en ik heb er de hele oversteek dan ook geen één gezien. Maar hier bezwijken de flats er zo ongeveer onder. Aan de rand van het land wordt de regel blijkbaar het minst gehandhaafd, en dat is precies waar ook de mensen opener blijken. Ik praat er meer dan in de vier dagen ervoor bij elkaar.
Buiten de stad steek ik de Amu Darya over, de Oxus uit de oude verhalen, waarvan het water zo ver wordt afgetapt voor diezelfde katoenvelden dat er van de Aralzee weinig over is. Hier stroomt hij nog.
Het enige aantrekkelijke aan Turkmenistan zijn de vrouwen in hun prachtig geborduurde jurken en kleurrijke hoofddoeken. Zij geven kleur aan dit verder zeer kleurloze land. Je ziet ze schoffelen in de berm, zemen in de stad of meelopen in parades waar niemand naar kijkt. Ik begrijp nu beter waarom ik maar een visum voor vijf dagen kon krijgen: meer tijd heb je hier echt niet nodig.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Praktische informatie
Het visum: een toeristenvisum voor Turkmenistan is relatief eenvoudig te krijgen, maar dan zit je verplicht aan een tour vast. Je hebt een uitnodiging van een Turkmeense reisorganisatie nodig en een gids is verplicht zolang je in het land bent. Lees: hoge kosten en geen vrijheid. Het transitvisum, waarmee je maximaal vijf dagen mag blijven, is niet langer de makkelijke uitweg: de aanvraagprocedure is inmiddels gelijkgetrokken met die voor het toeristenvisum, dus ook hiervoor is een uitnodiging van een geaccrediteerd Turkmeens reisbureau nodig, gecertificeerd door de Staatsmigratiedienst. Aanvragen kan bij het Turkmeense consulaat in Brussel. Je moet dan wel een visum hebben van het land waar je daarna naartoe gaat, je geeft een reisplan op voor die vijf dagen, en je moet de grenzen opgeven waar je het land binnenkomt en weer uitgaat. Daar mag je niet van afwijken. Mijn aanvraag is drie keer geweigerd, maar uiteindelijk heb ik via de consul een uitnodigingsbrief gekregen, waarmee ik het visum binnen één dag in Mashhad kon regelen. Let op: mannen met baarden wordt meestal een visum geweigerd. Dit gold in 2018; controleer de actuele regels bij het consulaat voordat je erop plant.
De route: van de grens bij Sarakhs naar de grens bij Farap is het ruim vijfhonderd kilometer over de M37, in vijf dagetappes van 90 tot 115 kilometer. Het wegdek wisselt van redelijk asfalt tot opgebroken brokken; tussen Mary en Turkmenabat is het ruim 250 kilometer vrijwel leeg.
Water en eten: de naharhana’s en pompstations langs de weg zijn de enige plekken voor water, thee en schaduw. Draag genoeg om een gat van tachtig kilometer te overbruggen.
Geld: pinnen als buitenlander is geen optie, dus je komt binnen met contanten. De staatskoers en de straatkoers lagen in 2018 ver uit elkaar, wat het land op straatkoers spotgoedkoop maakte. Wissel niet meer dan je opmaakt: buiten Turkmenistan is manat waardeloos, en bij de grens wisselen kost je alles wat je bij binnenkomst hebt gewonnen.
Onderweg: houd rekening met mensen die zich als politie voordoen zonder herkenbaar te zijn. Toon een kopie van je paspoort en geef het origineel niet af. Een praatje langs de weg kan de aanleiding voor een controle zijn.
Plan je reis
- Overnachten in Turkmenistan: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Turkmenistan: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in en rond Mary, Turkmenistan: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Turkmenistan ›




Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Turkmenistan ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Turkmenistan ›
Turkmenistan | Beeldverhaal15 juni 2018
De grens uit, en de anticlimax4 juni 2018
Dwars door de Karakum naar de Amu Darya3 juni 2018Plan je eigen reis door Turkmenistan
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Zonder advertenties
Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen
4 comments
Ha Jeroen, indrukwekkende verhalen! Wat een land. Ben benieuwd naar de verhalen met jezelf terwijl je aan het fietsen bent. Veel respect! Wat moet jij over een doorzettingsvermogen beschikken. Inspirerend zijn je verslagen zeker!! Ik spring direct op de fiets en rij naar Hoeven. Dan via Etten-Leur weer naar Zevenbergen. Duur: 1 uur. Tegenwind: niet meer als in een gemiddeld project. En praten met wie ik maar wil. Blijf waakzaam Jeroen! Groet, Peter
Leuk om dit te horen Peter. Ook een mooi compliment dat mijn verhalen goed worden gelezen.
Groeten,
Jeroen
Hey!
Mooie verslagen! Hoe kwam je aan het visum voor Turkmenistan? Ik begreep altijd dat dat erg moeilijk is en dat je verplicht mee moet met een tourgroep.
Mvg,
Gerrit
Ha Gerrit,
Bedankt voor je compliment. Het visum voor Turkmenistan is niet heel eenvoudig te krijgen. Een toeristenvisum is relatief eenvoudig, maar dan zit je verplicht aan een tour vast. Je moet een uitnodiging krijgen van een Turkmeense reisorganisatie en een gids is verplicht bij je in de tijd dat je in Turkmenistan bent. Lees: hoge kosten en geen vrijheid.
Je bent beter af met een Transit visum. Daarmee mag je maximaal 5 dagen in het land blijven. Aanvragen kan bij heg Turkmeense consulaat in Brussel. Je moet dan wel een visum hebben van het land waar je daarna naar toe gaat. Je moet een reisplan opgeven voor de 5 dagen die je in Turkmenistan verblijft. Ook moet je de grenzen opgeven waar je het land binnen komt en weer uit gaat. Je mag daar niet van afwijken. Mijn aanvraag was 3 keer geweigerd, maar uiteindelijk heb ik via de consul een uitnodigingsbrief gekregen, waarmee ik binnen 1 dag het visum in mashhad kon regelen.
Let op: mannen met baarden wordt meestal een visum geweigerd.
Groeten,
Jeroen