Fietsen in Senegambia: Missie rabiës geslaagd in Kolda

0 comments

De tweede dag in Kolda staat in het teken van medische continuïteit en fysiek herstel. Terwijl ik op pad ga voor de rabiësbooster, kampt Mette met haar eigen versie van de griepverschijnselen: koorts, hoofdpijn en een zere keel. In de logistiek van een lange reis zijn dit de onvermijdelijke pauzes waarin het tempo noodgedwongen naar nul zakt. Het hotel aan de rivier fungeert hierbij als een functioneel basiskamp.

De apotheek als eindstation

Gewapend met het recept uit Sédhiou verken ik de lokale apotheken per fiets. Kolda ligt diep landinwaarts en mist elke vorm van verkoelende zeewind; de temperatuur kruipt hier moeiteloos richting de veertig graden. Het is een stad die de hitte niet verhult en waar het dagelijks leven zich luidruchtig en stoffig presenteert.

De tweede apotheek die ik bezoek, heeft het rabiësvaccin op voorraad. De apotheker kijkt wat gepikeerd wanneer ik mijn Frans op kinderlijk niveau inzet; ze lijkt even te denken dat ik haar onderschat. In werkelijkheid is dit simpelweg mijn plafond. Voor een paar duizend CFA krijg ik het vaccin gekoeld mee, zonder opnieuw langs een ziekenhuis te hoeven. Met dit ampul in de tas is de medische missie die na de kattenbeet in Diendé begon, logistiek afgevinkt. Mette kan de spuit zelf zetten, wat een extra gang naar een lokale post bespaart.

De ongefilterde realiteit van de stad

Een rit door Kolda biedt een ongefilterde blik op de handel in de regio. Ezels trekken karren door het drukke verkeer en de geur van een openluchtslachthuis hangt zwaar tussen de gebouwen. De bomen rondom deze plekken zitten vol met honderden gieren, de natuurlijke opruimploeg van de stad. Het is een levendig, maar onrustig schouwspel. De hitte in de nauwe straten is echter zo intens dat elke extra kilometer aanvoelt als een fysieke belasting, waardoor de terugkeer naar de schaduw van het hotel de enige logische optie is.

De sociale hiërarchie van bavianen

De middag wordt gedicteerd door de fauna van de rivieroever. Terwijl we de hydratatie op peil houden met vaten van tien liter water en de nodige Gazelle-bieren, nemen de groene meerkatten het zwembadterrein over. Hun brutale aanwezigheid is een constante factor, maar het echte schouwspel speelt zich af aan de overkant van het water.

Een kolossale groep bavianen — tientallen, misschien wel honderden exemplaren — trekt langs de oever. Het is een dynamisch tafereel van vlooien, ruziën en jongen die zich aan de ruggen van hun moeders vastklampen. Voor een bioloog of ervaren reiziger zijn het misschien de “ratten van Afrika”, maar als getuige van deze sociale processen blijft de indruk groot. Tegen de avond verplaatst de groep zich met veel kabaal naar de boomtoppen voor de nacht. In de rust van het hotel blijft het geschreeuw uit het bos hoorbaar, een nuchtere bevestiging dat we ons hier op de grens van de wildernis bevinden.

You may also like

Laat een bericht achter