Yangshuo ligt tussen puntige karstbergen, en voor 10 RMB (€1) huren we fietsen om de omgeving te verkennen. Voorbij het drukke nieuwe deel fietsen we door een landschap precies zoals je je het Chinese platteland voorstelt: rijstvelden tussen de bergen, waterbuffels in de poelen, mensen met rijsthoeden op het land. In de dorpen wordt gekaart en gemahjongd, en de mannen roken aan één stuk. Hier zijn de Han-Chinezen duidelijk in de minderheid.
Tussen rijstvelden en karstbergen
Terug langs de Yu Long-rivier blijkt het een toeristenval: voor 150 RMB (€15) per vlot laten toeristen zich op een bamboevlot afzakken. Wij fietsen liever, al trekt dat hardnekkige verkopers aan die ons ondanks een duidelijk buyao van alles blijven aansmeren. Het is mooi, maar gruwelijk heet en vochtig: bij 37 graden zweten we als otters, en de douche gebruiken we drie keer per dag.
Aan de Li-rivier
Opgefrist nemen we onze vaste plek aan de Li-rivier, waar de kleuren en geuren anders zijn dan alles wat we tot nu toe zagen, met bamboe in overvloed en steeds grotere vlinders.
Op de Li-rivier vissen mannen vanaf smalle bamboebootjes met een aalscholver.
De fruitvrouwen dragen hun waar in zware manden aan een bamboestok en verkopen op een ondeugende manier meer fruit dan je fatsoenlijk op krijgt. We kopen een grote hoeveelheid, lezen een boek en genieten van deze plek.