We ontbijten op het terras met koffie, brood en eieren, en raken in gesprek met een Italiaan die het helemaal heeft gehad met China en zo snel mogelijk weg wil; hij doet zijn Lonely Planet van Zuidoost-Azië van de hand, met een hoop tips. Vanwege de hitte doen we het rustig aan. De lunch is in een islamitisch restaurant, waar het malse, mild gekruide lamsvlees prima is, al rochelt de buurman om de vijf seconden in een steeds voller wordende emmer.
Geen deodorant te koop
De night-market, die we ’s middags bezoeken, is een kleurrijke bazaar vol kruiden, pepers, kippen en fruit; alleen deodorant is nergens te krijgen. Het tonen van onze oksels levert telkens parfum op, dus richten we ons maar op de boodschappen voor de busreis naar Golmud. Inkopen doen is eenvoudig: de winkels zijn goedkoop, lang open en er is personeel in overvloed, dat de boodschappen voor je inpakt.
Graven onder het zand
Tegen de avond fietsen we naar de andere kant van de duinen. Buiten de bebouwde kom staan lemen huizen en boerderijen langs stoffige wegen, en hangt een lucht van rottend vlees en droogte. Aan de rand van de oase ligt een begraafplaats die langzaam door de duinen wordt overgenomen.
Een zwarte grafsteen, half bedolven, terwijl het zand als een wal over de begraafplaats schuift.
Het waait hard, en goed te zien is hoe het zand werkt: boven op de duin verschuift de scherpe richel langzaam, en onze voetstappen in het maagdelijke zand zijn binnen een paar minuten verdwenen.