Hattusa was de hoofdstad van het Hettitische rijk, een grootmacht die in het tweede millennium voor Christus grote delen van Anatolië en het noorden van Syrië beheerste. De ruïnes liggen bij het dorp Boğazkale, in de provincie Çorum, in het droge binnenland ten oosten van Ankara. Sinds 1986 staat de site op de werelderfgoedlijst van UNESCO.
Een rijk uit de bronstijd
De Hettieten domineerden Anatolië in dezelfde periode dat de farao’s in Egypte regeerden. In 1274 voor Christus stonden beide rijken tegenover elkaar in de slag bij Kadesh, waarna een van de oudste bekende vredesverdragen ter wereld werd gesloten. Hattusa was het bestuurlijke en religieuze centrum van dat rijk, op zijn hoogtepunt een stad met tempels, paleizen en kilometers verdedigingsmuur.
Het rijk verdween rond 1200 voor Christus, in de bredere ineenstorting die het einde van de bronstijd in het oostelijke Middellandse Zeegebied markeerde. Hattusa werd verlaten en raakte in vergetelheid tot archeologen de stad in de negentiende en twintigste eeuw blootlegden. Onder de vondsten waren duizenden kleitabletten in spijkerschrift, het archief waaruit veel van de Hettitische geschiedenis is gereconstrueerd.
Wat er te zien is
De site is uitgestrekt en ligt verspreid over een heuvelachtig terrein; een rondgang langs de belangrijkste punten beslaat enkele kilometers. Te zien zijn de fundamenten van de grote tempel, de stadsmuren met hun gereconstrueerde poorten (de Leeuwenpoort en de Koningspoort) en een ondergrondse doorgang door de wal. Vlakbij ligt Yazılıkaya, een openluchtheiligdom waar reliëfs van de Hettitische goden in de rotswand zijn uitgehouwen.
Veel van de oorspronkelijke vondsten, waaronder de beste reliëfs en de kleitabletten, bevinden zich niet meer op de site maar in musea, vooral in het Museum van de Anatolische Beschavingen in Ankara. Wie de plek bezoekt, ziet vooral de schaal en de ligging; de details staan elders.
Een afgelegen plek
Boğazkale is een klein dorp en de site ligt afgelegen, ver van de hoofdroutes. Het binnenland eromheen is droog graanland, dunbevolkt en heet in de zomer. Juist die afzondering draagt bij aan de indruk die de plek maakt: een bronstijdhoofdstad, midden in een leeg landschap, waar nu vooral wind en graan zijn.
Van de stad die ooit tegen de farao’s opbokste resten alleen fundamenten in het graanland, en de mooiste stukken staan tweehonderd kilometer verderop in een museum.