Het historische Safranbolu bestaat uit smalle straatjes met Ottomaanse huizen uit de zeventiende tot negentiende eeuw, gebouwd in en over drie ravijnen, zodat je flink klimt en je nauwelijks kunt oriënteren. Het bijzondere is dat er in deze toeristenplaats vrijwel geen toeristen zijn, en al helemaal geen westerse, terwijl het hoogseizoen is. Voor het aantal bezoekers staan er belachelijk veel hotels. In het oude centrum heten die geen hotel maar konak, herenhuis, want de oude woonhuizen mogen vanwege de UNESCO-regels niet tot hotel worden omgebouwd; door ze konak te blijven noemen, omzeilt men de regel.
Officieel zijn het geen hotels maar konak, want een UNESCO-woonhuis verbouwen mag niet.
Wij verblijven in het Çakıroğlu Konak, met tien kamers, weinig gasten en opvallend veel personeel: een eigenaar, twee jongens, een kok die ook schoonmaakt, haar zusje en een stagiaire. Het ontbreekt ons nooit aan thee, aandacht en service, een enorm verschil met Oekraïne. Omdat het knetterheet is, relaxen we ’s middags in de tuin onder de druiven.
Europa, gezien vanuit Safranbolu
Bij een late lunch ontmoeten we een Duitse Turk die Europees recht studeert. We praten uren door, half in het Duits, half in het Engels. Hij legt uit waarom veel Turken zich door Europa niet serieus genomen voelen: waarom mogen achtergebleven landen als Bulgarije en Roemenië wel toetreden, en Turkije niet? Volgens hem is het politiek: de oostbloklanden moesten snel bij de EU om ze uit de Russische invloedssfeer te trekken, terwijl men Turkije met zijn zeventig miljoen moslims te gevoelig vindt en bang is voor massale migratie. Dat Erdoğan van de islamitische partij juist pro-Europees is, noemt hij een paradox, mogelijk ingegeven door de wens de macht van het leger, hoeder van de seculiere staat, in te dammen.
We zoeken het uitzichtpunt op, dat we na drie pogingen vinden, met zicht over de drie kloven en de stad die erin en eroverheen ligt. De tweede dag wandel ik door de kloven, waar het water vijftien tot twintig meter onder de huizen stroomt. Dat zelfs een UNESCO-status niet voorkomt dat er afval de kloof in wordt gekieperd, stemt somber; er zijn eenvoudigweg te veel mensen, denk ik dan maar.
In de avond komt Safranbolu tot leven. De imam is er een van hoge kwaliteit, een genot om naar te luisteren, en vanaf het uitzichtpunt zien we de lampen een voor een de kloof beschijnen. Er wordt veel Turkish Delight verkocht, meer uitgedeeld om te proeven dan echt verkocht, en in de smalle straatjes zijn nog oude ambachten te vinden: smeden, koperbewerkers, slotenmakers. Het meest gemaakte product zijn miniatuurhuisjes, waarvan ik vermoed dat tienduizenden kopers zich thuis afvragen wat ze er nu mee moeten. Precies de reden waarom wij er geen aanschaffen.