
De etappe richting Sesfontein is er een waar ik me thuis al op verheugde. We fietsen door gebied waar het wordt afgeraden om zomaar in de bush te kamperen vanwege leeuwen. Ergens rijden waar de natuur regeert in plaats van de mens: dat is voor mij het idee.
Dat het de hele nacht regent, knaagt wel. Je bent eindelijk op een plek waar alles klopt, en dan gooit regen die hier normaal niet valt roet in het eten. ’s Ochtends is het gelukkig droog. Het is koel, maar ook extreem vochtig, dus het zweet loopt direct. De eerste kilometers gaan omhoog, richting een pas van bijna 1.200 meter. De klim wordt zwaarder door diepe stroomgeulen die de weg doorkruisen: steil naar beneden, weer omhoog, steeds opnieuw. Het landschap is leeg en open, met brede panorama’s van roodbruine bergen en valleien waar groen gras tussen de stenen groeit. Maar dieren zien we nog niet.

Een landschap waar niets groeit en toch mensen wonen
Na ongeveer 700 meter klimmen verandert het landschap. Het wordt rotsiger en steniger, roodbruin is de dominante kleur. De valleivloer ligt vol ronde en hoekige keien. Van een afstand lijkt het een vers omgeploegde aardappelakker, maar dan één waar niets mee te beginnen is: onder de stenen ligt nog een laag stenen, en daaronder nog één. Hier groeit niets.
En toch staat er af en toe een hutje.
Wat doen die mensen hier?
De dieren laten zich nu wel zien. Bergzebra’s, groepen met jongen, staan stil en kijken ons aan. Een paar seconden is er een soort wederzijds aftasten, een mengsel van argwaan en nieuwsgierigheid. Dan wint de argwaan en verdwijnen ze in draf tussen de rotsen.

Meer dieren, meer leven
Verderop verandert het landschap opnieuw. Er komen meer struiken en bomen, sommige hoog genoeg om schaduw te geven. Overal springbokken, grote groepen verspreid over de vlakte. Als amateurbioloog trek ik daar een simpele conclusie uit: de leeuwen kunnen niet ver zijn. Ik woon liever ook niet te ver van mijn eten.
Rondom bouwen de onweerswolken zich op. Zwarte massa’s schuiven over het landschap en boven de bergen groeien wolken torenhoog uit. Regelmatig zien we flitsen. In dit open gebied zie je regen van afstand aankomen, als een donkere sluier die uit de lucht hangt.

We houden het droog tot de finish. Die ligt in een kloof: roodbruine, steile rotswanden en onderin een rivier met snel stromend, chocoladebruin water. Bij aankomst krijgen we direct een waarschuwing: blijf uit de buurt van het water. Door regen verderop kan het niveau hier in korte tijd meters stijgen.
En niet alleen verderop regent het. Terwijl we de laatste haring de grond in slaan, barst het noodweer los. Iedereen hier vertelt ons dat het al jaren niet serieus heeft geregend, en precies nu wij er zijn regent het bijna elke dag. Wat we daarvan moeten denken weten we niet.
Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Namibië ›




Waar deze dag ligt
Fietsreis door zuidelijk Afrika, nu in Namibië. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering24. De neushoorns van Palmwag
Volgende aflevering ›26. Een zware etappe richting OpuwoSpring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.
2 comments
gave foto’s ook. Die luchten!
Het voordeel van deze tijd is dat alles fris en helder is. En als bonus prachtige indrukwekkende wolken.