We verlaten Istanbul zoals we het binnenkwamen, over het water. Vanaf de kade nemen we de Bosporus-boot naar Anadolu Kavağı op de Aziatische oever, vijftien lira en de fietsen zonder probleem mee. Het is een drukke tour, honderden toeristen verdringen zich aan dek, maar voor ons is het de aanloop naar het echte werk. In Anadolu Kavağı, het startpunt van onze fietstocht door Turkije, eten we eerst verse vis voor vijftien lira per persoon. Een goed begin voor fietsers.
De man van het restaurant legt uit hoe we naar Şile moeten rijden. Was het maar zo simpel. Meteen buiten het dorp wacht een helling van zeventien procent, langs een kasteel en uitzichten over de monding van de Bosporus. Daarna is het een mooie route over rustige, goede wegen, een verademing na Oekraïne, door groene heuvels en dalen. Het enige probleem zijn de borden: geen van de namen staat op onze kaart. Iedereen die we de weg vragen is behulpzaam, en zo komen we erachter dat we “Riva” moeten volgen, wat dus ook niet op de kaart staat.
De plaatsnamen op de borden komen op geen van onze kaarten voor.
Bij de afslag naar Şile besluiten we, omdat we geen idee hebben waar we zijn, maar rechtdoor te rijden naar Riva. Aangekomen aan zee blijkt dat we hemelsbreed hooguit tien kilometer hebben afgelegd; op onze kaart heet de plaats anders en zitten we nog bij de ingang van de Bosporus. Geen ramp, want het is een mooie plek met een camping. Şile bewaren we voor morgen. Voor vijfentwintig lira zetten we de tent op met zicht op zee en strand.
In het dorp koop ik een snorkel voor vijf lira en in de supermarkt en de groentewinkel stel ik een maaltijd samen die we voor de verandering zelf koken. Na wat snorkelen tussen de waterplanten en de krabben, een koude douche en een Turks biertje worden we uitgenodigd om te volleyballen met de lokale jeugd. Met mijn lengte ben ik kort het geheime Nederlandse wapen, tot mijn techniek het na drie sets begeeft. Onze buren op de camping blijken twee Tsjechen uit Praag te zijn, hier voor een bruiloft. Het is een kleine wereld: ze kennen Šindelová, en hij is reddingswerker in Boží Dar, precies de streek waar het huisje van Joke en Aad staat, dat we goed kennen.