Home AfrikaZambiaKafue: dorpen, tseetseevliegen en zwarte kleimodder

Kafue: dorpen, tseetseevliegen en zwarte kleimodder

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:


Met de app Tracks4Africa maken we elke dag het plan. We weten waar we naartoe willen, zoeken een camping of lodge in de buurt en bekijken wat voor weg het is, want een drukke verharde weg of diep zand willen we vermijden. Via Google Maps of Maps.me berekenen we de afstand en het hoogteprofiel. Dat laatste is belangrijker dan het klinkt: 120 kilometer op een goede weg is geen probleem, 80 kilometer op zand met hoogteverschil is niet te doen. Wat de app niet vertelt, vragen we aan locals.

Parallel aan de Kafue, op de oostoever ten noorden van Itezhi-Teshi, loopt een 4WD-track langs een aantal campings. De route ziet er goed uit. Twintig kilometer ten noorden van Itezhi-Teshi slaan we linksaf. Een paar mensen staan op de bus te wachten, grote pakken en tassen om zich heen. Handen worden geschud. Hoe is het pad naar Chief Kaingu? Een erg goede weg. Er zijn wat gaten, maar prima te fietsen. We komen een fietser tegen. Hoe is de rest? Perfect! Dat willen we het niet noemen: grote kuilen, diepe sporen. Maar voor een fietser prima te doen.

Dwars door het lokale leven

We rijden door het leven zelf. Bij een paar hutten worden we enthousiast begroet. Waar gaan jullie heen? Neem dat pad naar links, dat is een goed pad, kan zelfs met de auto. Zo geschiedt. Het enkele spoor van hard leem en zand voert ons van het ene naar het andere dorp, dwars door het lokale leven. Op het aangeveegde erf voor de lemen hutten zitten mensen in de schaduw. Kinderen spelen buiten. Vrouwen stampen maïs en gierst fijn in een vijzel met een lange houten steel. Mensen komen nieuwsgierig naar buiten of blijven in de deuropening staan. Iedereen is hartelijk en gul met de lach.

Op de paden passeren we vrouwen met emmers water op het hoofd, een kleine baby in een doek op de rug, gekleed in felgekleurde katoenen pagnes, de wikkelstoffen die vrouwen in heel centraal Afrika dragen. Af en toe een brommer. Vaker een fietser met een grote witte zak maïs of rijst achterop, of met onmogelijk zware zakken houtskool, waarbij je je afvraagt hoe ze hun evenwicht bewaren. We komen door een dorp waar de speakers buiten op vol volume staan, ook al zijn ze al lang opgeblazen. Iedereen begint spontaan te zwaaien en te roepen. Alsof het de normaalste zaak is dat wij door hun leven fietsen, wat helemaal niet zo is. Die onbevangenheid werkt aanstekelijk. Zonder uitzondering is niemand echt verbaasd ons te zien. Eerder ongeremd enthousiast. Deze momenten zijn niet in foto’s te vangen.

Het pad verdwijnt in de bush

Het lokale leven dunt uit en gaat over in natuur. Op het pad grote hoeveelheden olifantenkeutels, een herinnering dat we ons aan de rand van Kafue National Park bevinden. Regelmatig waden we door het water. De enige houten brug is lang geleden ingestort. We komen niemand meer tegen. Aan weerszijden dicht bos en hoog olifantsgras. Dan beginnen de steekvliegen. Tseetseevliegen, om precies te zijn. Een wolk agressieve etterbakken die onze vermoeidheid en het zweet als uitnodiging zien. Gelukkig zijn dit niet de gevreesde dragers van de slaapziekte, een door parasieten veroorzaakte infectie die zonder behandeling dodelijk is en waarvoor in dit deel van Zambia geen risico bestaat. Maar lastig zijn ze wel. We laten ons onze fantastische fietsdag er niet door verpesten.

De eerste camping van onze keuze is gisteren al afgegaan: exclusief gereserveerd voor een toergroep. Het wordt keuze twee. Het probleem: het pad ernaartoe verdwijnt letterlijk in de bush. Ik volg het lijntje op mijn GPS. Dat gaat in het begin aardig. We duwen de zware fietsen door ruim twee meter hoog olifantsgras, struikelend over de vastgeharde pootafdrukken van olifanten en nijlpaarden. Even kunnen we weer rijden, maar dan rijden we ons vast in de zwarte kleimodder, de zogenoemde black cotton soil die in dit deel van Afrika berucht is om zijn plakkerigheid bij regen.

Bijkomend probleem: nog 45 minuten voor de zon ondergaat. Dit wordt onverantwoord. De olifanten en nijlpaarden worden straks actief. Teruggaan is de enige goede beslissing. We zijn bezweet, zitten onder de zwarte kleimodder en onze benen zijn gehavend met diepe bloedsporen. Zo komen we aan bij Kaingu Lodge. De manager kijkt ons aan. Natuurlijk kunnen jullie hier kamperen. Blijf weg van de lodge, anders krijg ik problemen. Ik laat Nelson de douche warm maken en er komt een koelbox met drankjes jullie kant op.

Een uur later zitten we rond een kampvuur aan de rivier. Gewassen, gegeten, tevreden. Het is stil op het ruisen van het water na, het tjirpen van de krekels en in de verte het diepe knorren en grommen van de nijlpaarden. Boven ons, zoals elke avond, een heldere sterrenhemel met het zuiderkruis als een fonkelende ruit. Het leven van een fietser is zo slecht nog niet.

3 comments

Tineke 7 mei 2026 - 09:06

Dus dat is black cotton soil (wat een plakzooi). Wat fijn dat jullie op die camping mochten overnachten!
Fietsen over de sporen van olifanten en nijlpaarden…en de mensen wonen daar ook gewoon…

Reply
Mette 7 mei 2026 - 20:11

Wat een avontuur!!
Geweldig ❤️

Reply
Sanne en Koen 8 mei 2026 - 23:16

Heel mooi geschreven. Klinkt als een topdag! Het moet ook niet op vakantie gaan lijken 😉

Reply

Laat een bericht achter


Meer inspiratie