Home AfrikaZambiaLusaka: Mzungu op de Kamwala Market

Lusaka: Mzungu op de Kamwala Market

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

De laatste olifanten, de laatste blik over de Zambezi, de laatste bavianen. Na elf weken zuidelijk Afrika is het tijd voor de terugreis.

Op de weg terug naar Lusaka worden we twee keer door de politie van de weg gehaald. De eerste keer red ik het met een superenthousiast en een beetje zielig verhaal: sorry dat ik te hard reed, ik heb het bord echt niet gezien, ik heb alles uitgegeven in jullie mooie land en heb alleen nog wat voor de tol. Genoeg onzin om het voordeel van de twijfel te krijgen. De tweede keer wordt een hele rij auto’s door een manische agent van de weg gesommeerd. Als ik de chaos achter me zie, lijkt het mij een goed idee om er direct weer vandoor te gaan.

Lusaka

Lusaka is de hoofdstad van Zambia, gesticht in 1905 en sinds 1935 het bestuurlijke centrum van wat toen nog Noord-Rhodesië heette. Bij de onafhankelijkheid in 1964 werd het automatisch de hoofdstad van het nieuwe Zambia. Inmiddels wonen er 2,2 miljoen mensen. Het is een mierennest van activiteit.

We laten onze fietsen achter in het hotel, regelen een taxi en laten ons afzetten bij Kamwala Market, de grootste markt van Lusaka. Mijn motto is niet voor niets: I like to explore some more. Elke straat heeft zijn eigen specialiteit. Op de automarkt is elk denkbaar onderdeel te koop, overduidelijk afkomstig uit reeds lang afgedankte auto’s: banden zonder profiel, stapels ijzer, een wand vol schroeven in elke denkbare maat. Een vuilniswagen doet moeite om het rottende afval te verwijderen, met blote handen gesorteerd. De lucht is niet te harden.

Snel door. Stapels ongepaard schoeisel waarvan geen twee bij elkaar lijken te horen. Kleding in grote bulkzakken zoals ze uit Europa worden afgedankt en hier worden gedumpt: shirts, jassen, broeken, mutsen. Tweedehands is hier gewoon handel. Op het busstation kunnen honderden minibussen geen kant op en maken de verkopers het er niet overzichtelijker op.

Het mierennest van dichtbij

Elke kraam heeft een luidspreker waaruit onafgebroken wordt geroepen: 5 kwacha, 10 kwacha, 20 kwacha. Alsof je op een veiling bent waar honderd veilingmeesters dwars door elkaar schreeuwen door slecht afgestelde luidsprekers. Kruiers vervoeren onmogelijk zware ladingen met kruiwagens. Auto’s en minibussen wurmen zich er tussendoor. Tussen alle chaos lopen elegante Zambiaanse vrouwen in felgekleurde jurken, emmers frisdrank, plastic zakken water of bossen suikerriet op het hoofd, rechtop en zonder te morsen.

Regelmatig horen we “mzungu”, het woord waarmee kinderen en volwassenen in heel Zambia en Oost-Afrika een witte voorbijganger aanroepen. Letterlijk: iemand die rondzwerft. We kijken om, schudden handen, lachen en hebben een kort gesprek. De enige andere witte die we tegenkomen is een albino die met net zoveel verwondering wordt nagekeken als wij.

Na een paar uur zijn we uitgeput. We sluiten af in het Lusaka National Museum, waar we rustig kijken en lezen over de geschiedenis van Zambia. Centraal staat een reeks diorama’s: reconstructies van het dagelijkse leven zoals het hier eeuwenlang is geleefd. Vrouwen die maïs stampen in een houten vijzel op het aangeveegde erf, anderen die potten dragen op het hoofd, mannen die in de schaduw zitten. Het bijzondere is dat dit geen museum is van iets wat verdwenen is. We zijn er de afgelopen weken dwars doorheen gefietst.

Zambia was de perfecte afsluiter van elf weken zuidelijk Afrika. Ruwer dan de landen ervoor, minder toeristisch, onverwachter. En nergens zo veel gelachen.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie