Fietsen in Senegambia: Voorbij de asfaltgrens van Ziguinchor

0 comments

Het vertrek uit Oussouye voelt als een bevrijding. De toeristische commercie en de afstandelijke ontvangst in het campement pasten niet bij het ritme van onze reis. We hebben de tactiek inmiddels verfijnd: via Google Maps zoeken we een stip op de kaart, we sturen een WhatsApp voor de beschikbaarheid en de vraag of de pot mee op het vuur kan. In de Casamance is het momenteel rustig; overal waar we aankloppen, is de deur open.

De economische as van het zuiden

Vandaag staat een etappe van 75 kilometer op het programma naar Koubalan. De route voert ons eerst door Ziguinchor, de onbetwiste hoofdstad en het economische hart van de regio. Met ruim 200.000 inwoners is dit de plek waar de Casamance verbonden is met de rest van de wereld. In de haven ligt de grote veerboot naar Dakar, een cruciale logistieke levenslijn die in zeventien uur de afstand naar het noorden overbrugt, buiten de slechte wegen en de lastige grenzen van buurlanden om.

De stad zelf oogt grauw en functioneel, een plek van handel en stof. Onze behoeften zijn hier basaal: liquiditeit en calorieën. We slagen in beide. Bij een pinautomaat trekken we in drie etappes 250.000 CFA uit de muur, een kleine vierhonderd euro aan contanten om de komende tijd in de binnenlanden te overleven. De frictie van de lokale economie wordt pijnlijk duidelijk bij het afrekenen van een pizza. Wisselgeld voor een biljet van 10.000 CFA (ongeveer vijftien euro) is er niet. Pas na een wandeling naar de buren, waar een man een plastic tas vol bankbiljetten tevoorschijn tovert, is de transactie voltooid. In Senegal is contant geld koning, maar kleingeld is een schaars goed.

De oversteek naar het achterland

Het verlaten van de stad is een beproeving. De brug over de Casamance-rivier leidt naar een twaalf kilometer lang traject over asfalt uit een ver verleden, waar vrachtwagens torenhoog beladen voorbij denderen. Het is een wonder van West-Afrikaanse techniek dat deze voertuigen überhaupt nog rollen. Maar zodra we de hoofdweg verlaten en koers zetten naar het oosten, keert de rust terug. De weg is hier recent geasfalteerd en voert door een weelderige vegetatie waar alleen vogelgeluiden de stilte doorbreken. Onze stemming stijgt synchroon met de kwaliteit van het wegdek.

De burgemeester en de verdwenen mangroven

Onze bestemming, Campement Koubalan, ligt op een strategische plek aan het water. De ontvangst is hier het tegenovergestelde van die in Oussouye: hartelijk en oprecht. Onze buurman blijkt de burgemeester te zijn, die mij bij elke ontmoeting enthousiast begroet als “Jérôme!”. Het bevestigt mijn ervaring dat openheid in deze regio de sleutel is tot een warm welkom.

Tijdens een avondwandeling langs de bolong valt me de staat van het landschap op. Waar ooit dichte mangrovebossen moeten hebben gestaan, resten nu slechts fragmenten. Is het de toenemende droogte, of is het hout als brandstof in de keukens van de omliggende dorpen verdwenen? De ecologische impact van de menselijke aanwezigheid is hier zichtbaar, maar de rust aan het water blijft onovertrefbaar. Na het stadsgedruis van Ziguinchor is Koubalan de plek waar de reis weer op adem komt.

You may also like

Laat een bericht achter